Il Grand' Inquisitor

Victor Sicard in Oxford

Vorig jaar heeft The Oxford Lieder Festival de reusachtige taak ondernomen om op drie weken tijd alle Schubertliederen uit te voeren. Dit jaar houden ze het iets bescheidener met alle liederen van Fauré. Hij heeft op 60 jaar tijd iets meer dan 100 liederen bijeengeschreven, een aantal dat Schubert in één jaar - bijvoorbeeld dat van 1815 of 1816 - al overtrof.

illustratieDe Fauré-liederen worden tijdens de matinee-recitals opgevoerd, telkens gekoppeld met een aantal Schubertliederen. Dat is op zich geen slecht idee: het belang van Fauré voor het Franse lied is vergelijkbaar met hoe Schubert het Duitse lied gerevolutioneerd heeft. De jonge Franse bariton Victor Sicard was de eerste in de rij. Hij werd aan de piano begeleid door Anna Cardona.

Ze begonnen met Auf der Bruck. Zijn stem vertoont nog een paar kleine mankementen, maar het is vooral zijn Duits dat ver van accentvrij is. Hij moet ook nog aan zijn houding werken: veel gezwaai met zijn armen, nodeloze kniebuigingen en hij heeft de neiging om alles uit te beelden. In de drie Harfner-Lieder komt hij iets meer tot rust, maar hij haalt toch niet het niveau van Benjamin Appl toen die afgelopen vrijdag hier dezelfde liederen zong.

De overgang naar Fauré was daarentegen wel zeer geslaagd. Zijn Frans is uiteraard vlekkeloos en zijn dictie is voorbeeldig. Het uitbeelden blijft wel overdadig. Neem bijvoorbeeld de vijfde strofe van Dans les ruines d'une abbaye:

On effeuille des jasmins
Sur la pierre
Où l'abesses joint les mains
En prière

Eerst zie je hem bloemetjes plukken om vervolgens zijn handen devoot te vouwen. Bij sommige zangers dienen die veruitwendigheden om expressieve onvolkomenheden te verhullen, maar dat is in het geval van Sicard helemaal niet het geval. In een late Fauré-cyclus als Mirages treft hij de juiste sfeer met mooie en subtiele nuances... terwijl hij bij Schubert dat nog met iets teveel hoofdletters deed.

Zijn twee laatste liederen vormden een aangrijpend slot. Chanson du pêcheur, op een tekst van Théophile Gautier, is waarschijnlijk beter bekend in de versie van Berlioz. Maar Fauré hoeft niet onder te doen voor hem, zeker niet als het gezongen wordt met de indringende intensiteit die Sicard aan de dag legde. Zijn vertolking van Tristesse - ook van Gautier - was een emotionele roetsbaan, waarbij elke herhaling van "Hélas ! j'ai dans le coeur une tristesse affreuse" groeide in hartverscheurende uitdrukkingskracht...

Nu, als een Festival alle liederen van een componist wil uitvoeren, dan ligt het voor de hand om daar vooraf misschien wat duiding bij te geven... en wie hadden ze daar beter voor kunnen kiezen dan Graham Johnson ?

illustratie
foto © Robert Piwko

Het hele weekend lang, stond Graham Johnson op het podium van de "Jacqueline du Pré Music Building" in St Hilda College om ons doorheen het leven en werk van Gabriel Fauré te loodsen. Een paar jaar geleden heeft hij dat ook al eens gedaan in deSingel, al beperkte hij zich toen hoofdzakelijk tot de Belgische connectie met de liederen op teksten van Maeterlinck en Charles Van Lerberghe.

Zijn recept is ondertussen genoegzaam bekend. De biografie van Fauré wordt chronologisch doorlopen, doorspekt met anekdotes - wat in het geval van Fauré en zijn talloze maitresses niet moeilijk is - gebracht met zijn typisch Brits gevoel voor understatement. Tussendoor illustreert hij alles aan de piano. Hij koos er deze keer wel voor om telkens het volledige lied uit te voeren. Voor de vroege Fauré-liederen had hij zaterdag een jongere generatie zangers meegebracht, waaronder ook Victor Sicard, verder de sopraan Sarah Fox, de mezzo Anna Huntley en de tenor Gyula Rab. Voor de late Fauré op zondag had hij gevestigde zangers als Geraldine McGreevy, John Mark Ainsley en Stephen Varcoe opgetrommeld.

Na een dergelijke inleiding kon het niet anders dat iedereen warm gemaakt was voor de liederen van Fauré...

Publicatie: maandag 19 oktober 2015 @ 16:55
Rubriek: Liedrecital