Il Grand' Inquisitor

Il trovatore in Amsterdam

Caruso's uitspraak over Il trovatore is welbekend: namelijk dat je gewoon de vier beste zangers ter wereld nodig hebt om een succesvolle Trovatore te brengen. Nu, daar is de Nederlandse Opera niet in geslaagd, maar twee op vier is toch met de hakken over de sloot.

illustratie
foto's © Ruth Walz

Violeta Urmana lijkt haar sopraan-uitstapje min of meer vaarwel gezegd te hebben. Ze plant nog wel af en toe een Isolde, maar haar agenda wordt toch bevolkt met oude bekenden zoals Kundry, Eboli, Amneris... en Azucena. Haar vertolking van de zigeunerin is overweldigend. Haar stem is over haar volledig bereik nog altijd indrukwekkend mooi, al zijn er een paar occasionele momenten dat haar registers niet naadloos in elkaar overgaan. Maar op expressief vlak veegt ze met iedereen de vloer aan. In de eerste plaats met "Stride la vampa", maar vooral in de eerste de scène met Manrico "Condotta ell'era in ceppi". Als ze "il figlio mio avea bruciato" de zaal inslingert, liepen de rillingen over mijn rug.

Die Manrico is nochtans ook niet van de minste. Ik heb Francesco Meli een paar jaar geleden voor het eerst gehoord als Gabriele Adorno. Hij heeft alles in zich om dé Italiaanse spinto-tenor van het moment te worden. Zijn stem is perfect homogeen, hij heeft de stralende hoogte en het timbre voor de spinto-rollen. "Ah, si ben mio" klinkt ongelooflijk mooi en gemakkelijk... en hij zingt zelfs een triller ! Op geen enkel moment moet hij zijn stem onder druk zetten. Dat combineert hij ook nog eens met een uitstekende tekstinterpretatie. Zelfs tijdens "Di quella pira" vergeet hij niet om de woorden betekenis te geven als hij bijvoorbeeld bij "non può frenarmi il tuo martir" zich tot Leonora wendt en de kleur van zijn stem overeenkomstig aanpast.

Carmen Giannattasio was de Leonora van dienst. Ze beschikt ook over het donker timbre voor een spinto-sopraan, haar stem klinkt ook heel mooi met vooral een ruime hoogte... en dat is het zowat. "Tacea la notte" was slaapverwekkend en liet zich vooral opmerken door het gat waar haar middenstem zou moeten zitten. "D'amor sull'ali rosee" was niet slecht, zij het zonder noemenswaardige trillers, maar de loopjes van "Tu vedrai che amore in terra" werden onwaarschijnlijk slordig afgehaspeld. Simone Piazzola was afgelopen zomer de inspringende Posa in München. Hij is een middelmatige Luna en liet zich vooral opmerken tijdens "Il balen del suo sorriso" met een paar (te) lang aangehouden noten. De rest van de voorstelling bleef hij vocaal op de achtergrond.

illustratie

De productie van Alex Ollé van "La Fura dels Baus" is vooral een decor-choreografie, inhoudelijk mager, maar wel met mooie beelden.

Het decor van Alfons Flores bestaat uit grote blokken die volgens een strikt rasterpatroon opgesteld zijn en onvermijdelijk aan het Holocaustmonument in Berlijn doen denken. Ollé plaatst de actie tegen een oorlogsachtergrond zonder heel specifiek te worden. De kostuums vertonen zowel kenmerken van de Eerste als de Tweede Wereldoorlog en er zijn zelfs borstharnassen te zien.

Die blokken zijn wel zeer efficiënt om snel een ander scènebeeld te maken. Ze hangen aan kabels en kunnen opgetrokken worden om putten te creëren die de ene keer graven voorstellen (in het tweede bedrijf), de andere keer loopgraven (in het derde bedrijf). Ollé lijkt ook in een gasmaskerfase te zitten. Na zijn gebruik van gasmaskers in de recente Ballo in de Munt, duiken in deze productie gegasmaskerde lijken op in Azucena's Condotta-aria en zijn ook de nonnen tijdens Leonora's intrede in het klooster voorzien van gasmaskers... tja...

Publicatie: zondag 11 oktober 2015 @ 20:09
Rubriek: Opera