Il Grand' Inquisitor

L'elisir d'amore in de Munt

De Munt begon haar seizoen met de kaskraker L'elisir d'amore in een wervelende productie. Omwille van de renovatiewerken in de Muntschouwburg, zijn ze moeten uitwijken naar het problematische Koninklijk Circus.

illustratie
foto's © Karl und Monika Forster

De enscenering van Damiano Michieletto was eerder al in Madrid, Valencia en Palermo te zien en werd omgebouwd voor het Circus. De circusring werd volgestort met (kunst)zand voor een strand met palmbomen. Adina is de eigenares van een strandbar, Giannetta en Nemorino zijn haar werknemers die in de bar staan, met tafels sleuren, gasten van drankjes voorzien of de vuilbakken buiten zetten. De strandsfeer strekt zich uit tot in de orkestbak, waar Thomas Rösner een orkest in shorts en zomerjurkjes dirigeert. En zelfs de stoelen van de parterre krijgen een gestreepte strandovertrek. De tropische temperaturen eigen aan het Circus verplaatsen het publiek naar Ibiza.

Belcore is een macho matroos, Dulcamara is de charlatan die energiedrankjes verkoopt, maar in de marge ook wat met drugs rommelt... zo is het "elisir" niet de gebruikelijke fles bordeaux, maar een of ander dubieus pilletje dat opgelost wordt in een fles water. Hoedanook, deze productie heeft de nodige vaart en humor, maar vergeet ook niet om de ontroerende momenten hun plaats te geven en dan even de actie stil te leggen.

Ik hoorde gisteren de eerste bezetting. Dat was op zich een mooie selectie zangers, al zaten ze niet allemaal in de juiste opera. Daarenboven werden ze ook nog eens tegengewerkt door de akoestiek van het Circus. In deze omgeving is het onvermijdelijk dat letterlijk in alle richtingen gezongen wordt, maar dat betekent ook dat de zangers twee derde van de tijd met hun rug naar een deel van het publiek staan... en dan verdwijnt hun stem in het niets. Dat geldt trouwens ook voor het koor, uitgebreid met de jonge zangers van de Muntacademie. Afhankelijk van waar iemand staat, worden individuele zangers hoorbaar. Dat kan op zich wel interessant zijn, maar het is niet echt hoe een koor gewoonlijk klinkt.

illustratie

Er waren gelukkig een aantal momenten waarbij dat niet gebeurde. Zo had de regisseur het uitstekende idee om Nemorino bovenop het dak van de strandbar te zetten voor dé aria waar iedereen op zit te wachten. Dat moet zowat de enige plaats zijn, waar een zanger het volledige publiek tegelijkertijd kan toezingen. Dmitry Korchak zong een heel mooie "Una furtiva lagrima" met lang legato en aangrijpende frasering. Korchak kennen we vooral van zijn Rossini-vertolkingen en alhoewel Donizetti en Rossini niet zo heel ver van elkaar liggen, zijn er toch een paar momenten die iets meer gewicht vragen dan wat hij momenteel kan leveren.

Olga Peretyatko was de zanger die het meeste probleem had met de akoestiek. Haar stem komt en gaat in vlagen. De momenten dat ze hoorbaar is, laat ze een mooie homogene sopraan horen met een opvallend grote hoogte. Maar als ze dan twee stappen opzij zet, dan wordt ze een soubrette-Adina. Desalniettemin zorgde ze met "Prendi, per me sei libero" voor het ontroerendste moment van de avond.

Ik had wel iets meer problemen met de twee lage mannenstemmen. Aris Argiris hebben we ook al eerder gehoord, weliswaar in het latere Italiaanse repertoire. Donizetti ligt ook niet zo heel ver van Verdi, maar een Belcore die klinkt als Puccini gaat wel te ver. Vooral in "Come Paride vezzoso" is er weinig belcanto te horen. Simón Orfila heeft op zich wel een interessante stem, maar zijn komische timing is niet perect, waardoor "Udite, udite, o rustici" af en toe platviel.

Publicatie: vrijdag 11 september 2015 @ 20:26
Rubriek: Opera