Il Grand' Inquisitor

Piotr Beczala in Schwarzenberg

Als een beroemde operatenor eens liederen zingt, dan kan je er vergif op innemen dat hij ofwel voor Dichterliebe ofwel voor Die schöne Müllerin kiest. In het geval van Piotr Beczala en Helmut Deutsch was dat uiteraard de tweede optie... we zijn nu eenmaal op de Schubertiade. Maar dat een grote operazanger niet noodzakelijk ook een grote liedzanger is, werd tijdens dit recital pijnlijk duidelijk.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

Met het eerste lied, Das Wandern, was het al meteen raak. Schubert lijkt toch zo gemakkelijk: vijf strofen, vijf keer hetzelfde zingen en klaar. En dat is dan ook wat Beczala deed. Of een strofe nu over "Wandern", "Wasser", "Räder" of "Steine" gaat, doet niet ter zake. Zelfs interne nuances ontsnappen hem van meet af aan. Je zou verwachten dat als je een tekst ziet als "Das Wandern ist des Müllers Lust, das Wandern." dat met die herhaling van "das Wandern" iets gedaan wordt. Niet dus. Na die eerste zin beloofde het al een lange en saaie avond te worden.

Maar daar bleef het niet bij. Schubert schrijft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Hugo Wolf, nauwelijks aanduidingen bij de zanglijn. Hij vertrouwde nu eenmaal op de intelligentie van de zanger om de tekst tot leven te brengen. Voor Beczala moet het wel heel gemakkelijk geleken hebben: twintig liederen die je allemaal op dezelfde manier kan zingen. Tussen Wohin? en Des Baches Wiegenlied lijkt überhaupt niets gebeurd te zijn. Na Halt! had ik al goesting om het af te trappen en begon ik me serieus af te vragen of Beczala eigenlijk wel weet en begrijpt wat hij zingt.

Er zijn nochtans momenten die op een presenteerblaadje aangeboden worden, zoals in Am Feierabend. Maar als de molenaarsdochter met een kloeke tenorstem "allen eine gute Nacht" wenst, wordt het moeilijk om niet de slappe lach te krijgen. In Der Müller und der Bach schrijft Schubert aan het begin van elke strofe zelfs of die door de molenaarsknecht, dan wel de beek, gezongen wordt. Zelfs een tenor moet dan toch begrijpen dat een depressieve jongeling anders klinkt dan een troostend beekje ? (met mijn excuses aan de tenors die dit lezen, maar deze avond werden alle tenorclichés bevestigd)

Ik heb het dan nog niet eens over de iets subtielere momenten zoals bijvoorbeeld in Pause (en ja, er waren weer een aantal onnozelaars die dachten dat het pauze was en die ijverig begonnen te applaudisseren). De eerste twee versen - "Meine Laute hab' ich gehängt an die Wand" en "Hab' sie umschlungen mit einem grünen Band" - heeft Schubert twee keer op (bijna) dezelfde muziek gezet. Het feit dat bijvoorbeeld die band groen is, is belangrijk en daar kan een zanger dus iets mee doen... maar daarvoor moet je natuurlijk de liedcyclus toch een heel klein beetje kennen en niet alleen noten staan zingen.

Om nog maar te zwijgen over het einde van dat lied als hij zich afvraagt "Ist es der Nachklang meiner Liebespein? Soll es das Vorspiel neuer Lieder sein?". Het is niet voor niets dat Dietrich Fischer-Dieskau dit omschreef als "Es gibt nichts Subtilers als dieses Gebilde intimer Selbstbefragung im ganzen Zyklus". Maar om dergelijke subtiliteiten over te brengen, moet een zanger toch met meer bagage op het podium komen. Als Beczala nog Schubert wil zingen, dan heeft hij nog héél veel te leren... maar dat zie ik niet meteen gebeuren.

Kortom, het was een uurtje luisteren naar expressieloze vocalises op woorden van Wilhelm Müller en met noten van Franz Schubert. Trouwens, het feit dat hij meer naar zijn partituur keek dan naar het publiek hielp ook niet echt.

Publicatie: vrijdag 28 augustus 2015 @ 11:22
Rubriek: Liedrecital