Il Grand' Inquisitor

Brenda Rae in Schwarzenberg

De Amerikaanse sopraan Brenda Rae is in de eerste plaats een operazangeres. Maar voor een recital met "operaliederen" is het niet slecht om een gevierde Lucia en Zerbinetta ter beschikking te hebben. Wolfram Rieger begeleidde haar door dit origineel programma met liederen die je nagenoeg nooit te horen krijgt.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

Brenda Rae was twee jaar geleden ook al eens in Schwarzenberg voor een gemengd kamermuziekprogramma. Ze heeft een lichte sopraan met een groot dynamisch bereik. Ze schudt de hoge noten moeiteloos uit haar mouw al hebben ze een metaalachtige klank.

De twee helften van het programma waren gelijkaardig opgebouwd met eerste Italiaanse liederen, dan een opera-aria en vervolgens nog een handvol "gewone" liederen. Voor die laatste groep liederen leken ze wel heel de Schubert-catalogus afgespeurd te hebben naar liederen die buiten de gebruikelijke lied-tessituur liggen.

Ze begonnen met de Vier Canzonen (D688), vier liederen in belcantostijl toen Wenen stilaan in de greep van de Italiaanse opera en in het bijzonder Rossini begon te geraken. Brenda Rae bouwde een mooie boog met een opvallend opgewekte uitvoering van Guarda, che bianca luna tot een ontroerende Mio ben ricordati. De vier Italiaanse werken na de pauze zijn van de jongere Schubert en waren meestal compositie-oefeningen van Salieri, zoals het charmante La pastorella al prato of een grote aria als Vedi quanto adoro.

De twee opera-aria's kwamen respectievelijk uit Die Freunde von Salamanka en Der vierjährige Posten. De tweede aria, Käthes Gott! Höre meine Stimme!, is de interessantste. Het begint als een gebed uit een Mendelssohn-oratorium, om uit te monden in een kijvende Käthe.

Bij de Duitstalige liederen waren, zoals gezegd, de hoge noten troef in liederen als Von Ida of het bekende Delphine. Maar het is een "normaal" lied als Heimliches Lieben dat het mooiste was, al krijgen de medeklinkers niet altijd evenveel aandacht van Rae en zingt ze teveel de noten in plaats van de tekst. Opmerkelijk was ook de uitvoering van Des Mädchens Klage, het tweede lied dat de nog heel jonge Schubert schreef (D6). Het is een lied waarin Schubert alles wat hij kon bedenken toepast, te beginnen met een stormachtige uitbarsting van de piano.

Voor de bisnummers waren de Schubertiaanse hoge noten op en schakelden ze over op Strauss met Amor.

Publicatie: donderdag 27 augustus 2015 @ 8:41
Rubriek: Liedrecital