Il Grand' Inquisitor

De Carmen à Mélisande in Parijs

De Opéra Comique ontstond in 1715 tijdens "La Foire Saint-Laurent". Het was een gezelschap dat, in tegenstelling tot de hofopera in het Louvre en Versailles, gefinancierd werd met privégeld en inkomsten uit tickets. Dat was precies 300 jaar geleden, reden genoeg voor de Opéra Comique om daar wat randactiviteiten aan te koppelen.

illustratieDe meest in het oog springende is de tentoonstelling De Carmen à Mélisande in het Petit Palais. Deze tentoonstelling wil niet de hele geschiedenis van de opéra comique tonen, maar concentreert zich op de periode van 1875 (het jaar dat de schandaalopera Carmen in première ging) tot 1902 (het jaar van Pelléas et Melisande. Ze doet dit aan de hand van zeven iconische opera's die in de Salle Favart gecreëerd werden.

Het keerpunt in de tentoonstelling is het jaar 1887 toen het operahuis afbrandde. Carmen, Hoffmann, Lakmé en Manon dateren uit de eerste periode. Louise en Pelléas zijn exemplarisch voor de creaties na 1898. Le rêve van Alfred Bruneau is een buitenbeentje. Het is niet alleen een opera die mij totaal onbekend is, het is ook een werk dat gecreëerd werd in de periode dat de Opéra Comique op verplaatsing speelde in het Théâtre-Lyrique (op Place du Châtelet) tijdens de heropbouw na de brand.

De tentoonstelling toont wat je verwacht: schilderijen (bij het begin word je bijvoorbeeld begroet door het bekende, levensgrote schilderij van Galli-Marié als Carmen), manuscripten, brieven, decor- en kostuumontwerpen. Het audio-visuele aspect wordt ook niet vergeten. Van drie opera's spelen de opnames van recente producties: Carmen met Antonacci, Lakmé met Devieilhe en Pelléas et Mélisande onder Gardiner. Van alle opera's kan je ook aria's beluisteren (met uitzondering van Le rêve), meestal historische opnames... Georges Thill, Alain Vanzo, Edmond Clément, Charles Panzéra en zelfs de torenscène met Mary Garden.

Daarnaast organiseren ze ook een reeks lezingen in het auditorium van het Petit Palais. Vandaag was de eerste lezing met als titel "L'Opéra Comique et ses sources littéraires au tournant du XXe siècle". De rol van de librettisten en de literaire bronnen, zoals uiteraard Maeterlinck voor Pelléas of Emile Zola voor Le rêve, werden daarbij behandeld. De grote librettisten zoals Barbier, Halévy of Meilhac waren vaak belangrijker en bekender dan de componisten zelf. Deze eerste lezing werd gegeven door Cécile Reynaud die ook verantwoordelijk was voor de tentoonstelling, waardoor dit een perfecte aanvulling was bij de tentoonstelling zelf.

Wie dit seizoen toevallig nog in Parijs moet zijn en een paar uur over heeft, kan ik een bezoek aan deze tentoonstelling van harte aanbevelen. En als je tegelijkertijd één van de lezingen kan meepikken, is dat een bonus.

Publicatie: woensdag 25 maart 2015 @ 17:14
Rubriek: Opera