Il Grand' Inquisitor

Rigoletto in Rome (1/2)

Dit was mijn eerste bezoek aan het Teatro dell'Opera di Roma. Het Romeinse operahuis werd eerder dit seizoen geplaagd door allerlei stakingen, wat maakte dat Riccardo Muti zijn positie als ere-chefdirigent ter beschikking stelde. De voorstelling van Rigoletto ging gisteren echter zonder problemen door, al is de budgettaire situatie van de operawereld in Italië duidelijk af te lezen uit deze nieuwe productie van Leo Muscato.

illustratie
foto © C.M. Falsini

De productie voelt nogal armetierig aan zonder luxueuze decors of kostuums, maar enkel een paar rode en grijze gordijnen waarmee de slaapkamer van de Duca of het huis van Rigoletto voorgesteld wordt. De rekwisieten beperken zich tot een bed en een troon. Op zich hoeft een dergelijke minimalistische benadering geen probleem te zijn, maar ook het echte regiewerk blijft beperkt met een rudimentaire behandeling van het koor of een Duca die zijn aria's aan de rand van het podium de zaal in projecteert.

De voorstelling moet dan gered worden door de solisten en dat deden ze op overtuigende wijze.

Giovanni Meoni hebben we al verschillende keren kunnen bewonderen in Luik, waar hij bijna alle grote Verdi-rollen van Luna over Posa tot Iago gezongen heeft. Zijn Rigoletto is ook een voorbeeld van stijlgevoel en perfect legatozingen. Hij is hartverscheurend in zijn scènes met Gilda, bijvoorbeeld als hij over haar moeder vertelt. Anderzijds bleef hij interpretatief wat op de vlakte in zijn grote Cortigiani-scène, waarvan hij het eerste deel voor mij in een iets te snel tempo nam.

De Ierse sopraan Claudia Boyle heb ik eenmaal eerder gehoord, in Wexford. Ze zingt een stralende Gilda die ook vocaal evolueert van meisje naar vrouw. Ze foefelt wel wat met haar triller op het einde van "Caro nome", maar voor de rest brengt ze een heel mooie vertolking. Het is telkens weer verrassend om te horen hoe goed Koreaanse zangers Verdi geassimileerd hebben. Yosep Kang is vocaal-technisch een uitstekende Duca, die moeiteloos alle noten zingt, met enkel een paar minuscule onzuiverheden in "Possente amor".

Bij de iets kleinere rollen moeten zeker de twee bassen vermeld worden. Marco Spotti heeft de perfecte gitzwarte bas voor Sparafucile, terwijl Carlo Cigni een eerder lyrische bas is die met autoriteit Monterone vertolkte. Anna Malavasi zong tenslotte een verleidelijke Maddalena met donkere alt-tonen.

Publicatie: vrijdag 6 februari 2015 @ 17:13
Rubriek: Opera