Il Grand' Inquisitor

IMKEB 2004 - Finale, dag 4

De laatste avond van de Koningin Elisabethwedstrijd hoorden we de andere zes kandidaten nog eens en volgde de ontknoping rond kwart voor één...

Talar Dekrmanjan klonk deze avond ook terug iets beter, maar ze heeft bij momenten nog een harde stem, die niet echt mooi klinkt. Haar uitvoeringen van Handel- en Bacharia's waren over het algemeen nogal gewoontjes.

De Amerikaanse Mary Elizabeth Williams zong slechts één barokaria: "I know that my Redeemer liveth" uit Messiah. Ze geeft een rechtoe rechtaan uitvoering, wel goed gezongen en met een stem die stabieler en beter gecontroleerd is dan eergisteren. Maar ze kan toch niet ontroeren.

Net zoals in de halve finale doet Vladimir Baykov weer zijn Frankenstein-interpretatie als hij Bachs "Komm, süsses Kreuz" zingt. Het is allemaal niet even juist gezongen, maar de viola da gamba klinkt soms even vals, waardoor het soms toevallig toch nog redelijk klinkt. Als hij zich daarna met volle overgave op Handels "Why do the nations" stort, vliegt het bloed weer in het rond... maar het is wel 'vollen bak ambiance'.

Bij Iwona Sobotka klinkt het allemaal nogal kleinschalig en pieperig. Haar stem is niet vrij voor "Et incarnatus est" en haar coloraturen zijn soms wat rommelig; geen goed idee om met Mozart te beginnen. Het ina-Fach zou haar perfect moeten liggen, maar Adina's "Prendi, per me sei libero" mist stijl, charme en 'italianità'. Nanetta's aria uit Falstaff is ook te hoog gegrepen en de Vier letzte Lieder zijn ook (nog) niets voor haar.

illustratieDiana Axentii heeft wel degelijk een mooie stem en communiceert goed met het publiek... maar ze overschat zichzelf. Zowat alle werken die ze koos, zijn net iets te zwaar voor haar stem. Haar keuze om Eboli te zingen in de halve finale was een blunder, en het "Liber scriptus" uit Verdi's Requiem is dat evenzeer. Haar concept voor Carmen is veel te braaf... het leek wel alsof Micaela "L'amour est un oiseau rebelle" zong. "Phidylé" van Duparc zou wel moeten gaan, maar dat zingt ze met een pseudo mezza voce, waarmee ze haar technische grenzen toont. Maar het blijft een mooie geluid en een charmante persoonlijkheid.

Hélène Guilmette misbruikte "Er ist's" van Hugo Wolf om op te warmen, maar zong vervolgens een indrukwekkend mooie "Oh, Quante volte" van Bellini. Haar versie van Nanetta's aria stroomde er zonder problemen uit, in tegenstelling tot wat Sobotka ervan bakte. En daarmee bevestigde Guilmette de indruk die ze eergisteren maakte.

Wie het hier de laatste dagen een beetje gevolgd heeft, zal niet verbaasd zijn om te zien dat mijn laureatenlijst begint met Johannes Schendel, ook al maak ik me geen illusies over zijn kansen bij de jury. Mijn zes laureaten zien er - in volgorde - zo uit:

De jury had uiteraard een iets andere mening en kwam uit bij:

Net zoals vier jaar geleden, verkiest de jury weer de jongere kandidaat boven de gevormde stem... dat Sobotka ook de leerlinge is van een van de juryleden, is - uiteraard! - puur toeval. Ik had wel niet verwacht dat de jury Torbey zo hoog zou klasseren... en aan het boegeroep in de zaal te horen, waren er blijkbaar nog die dat vonden. Zoals eerder al gezegd, verbaast het me niet echt dat Johannes Schendel ontbreekt bij de zes eerste laureaten, maar de afwezigheid van de Estse sopraan verbaast me wel.

Tenslotte een interessant statistisch gegeven. Uit de log-files van mijn website kan opgemaakt worden met behulp van welke zoektermen (bv. via Google) bezoekers op deze pagina's terecht komen. De afgelopen weken doken de namen van de verschillende kandidaten tientallen keren op in die log-files. Het resultaat van de analyse van al die gegevens ziet er als volgt uit:

Voor wat het waard is...

Publicatie: zondag 16 mei 2004 @ 2:46
Rubriek: Concert