Il Grand' Inquisitor

La traviata in Praag

Na de zeer traditionele Rusalka, volgde een relatief moderne productie van La traviata. Maar naar Belgische maatstaven was de enscenering nog altijd zeer braaf, ondanks een paar halfnaakte zigeunerinnen op het feest bij Flora...

illustratie

De productie van Arnaud Bernard was een sobere voorstelling in zwart-witte tinten. Een modulair eenheidsdecor bestaande uit witte muurpanelen werd herschikt voor de feestscène en het laatste bedrijf. Een lange cirkelvormige sofa is het enige andere decorelement in het eerste bedrijf. Dat wordt een iets kleinere sofa in het tweede bedrijf en een witte zetel voor het laatste bedrijf. Maar Violetta sterft toch liggend op de grond.

De Tsjechische Jana Sibera was een zeer wisselvallige Violetta. Haar beste moment was de confrontatie met Germont, met een mooi mezza voce gezongen "Dite alla giovina". Haar coloratuurwerk in "Sempre libera" was niet altijd even goed. Maar ik had vooral de indruk dat de rol nog iets te groot is voor haar. Haar spreekstem projecteert bijvoorbeeld niet voldoende om de brief voor te lezen. De aansluitende "E tardi" mist dramatiek, net zoals "Addio del passato". Het duet met Alfredo, "Parigi, o cara", deed ze dan weer wel overtuigend.

Alfredo werd gezongen door Luciano Mastro. Hij heeft een zonnige Italiaanse tenor en zingt de rol met een goed stijlgevoel. Zijn grote aria "De' miei bollenti spiriti" kreeg in het algemeen een mooie uitvoering, maar hij gaat wat slordig om met de kleine nootjes. De cabaletta "O mio rimorso" hebben ze om een of andere reden geknipt. Over de Germont van Miguelangelo Cavalcanti valt niet veel goeds te vertellen. Hij slaagt erin om "Di Provenza il mar" zonder enig legato te zingen en vergeet af en toe te zingen, wat dan een ongesteund piano wordt.

Publicatie: zaterdag 27 september 2014 @ 8:18
Rubriek: Opera