Il Grand' Inquisitor

Michael Volle in Schwarzenberg

Volgend seizoen zingt Michael Volle Wotan in Wenen. Maar als opwarmertje kroop hij gisteren al in de huid van de Schubertiaanse Wanderer van Winterreise. Een begeesterde Helmut Deutsch zat aan de piano.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

Zoals gewoonlijk wordt de toon voor de hele cyclus gezet met de interpretatie van het eerste lied Gute Nacht. In deze uitvoering was het een gevoel van berustende droefheid, uitgedrukt door een egaal mezza voce waarbij hij zijn grote operastem goed in bedwang houdt. Af en toe flakkert echter woede op en breidt zijn stem uit tot volle kracht. Dat gebeurt vooral op de momenten als hij iets ziet dat hem doet terugdenken aan zijn geliefde, zoals in Die Wetterfahne of op het einde van Wasserflut met "da ist meiner Liebsten Haus".

Het kantelpunt in de psyche van Volles Wanderer komt in Der greise Kopf en wordt verdergezet in Die Krähe. De kraai ziet hij aanvankelijk als een trouwe metgezel, de rust is op dat moment totaal. Maar in het tweede deel van het lied projecteert hij zijn wanhoop op de vogel met een hartverscheurende "Krähe, lass mich endlich sehn Treue bis zum Grabe"...

De begeleiding van Helmut Deutsch moet hierbij ook zeker vermeld worden. Meestal vind ik hem een degelijke liedpianist, maar soms stijgt hij boven zichzelf uit... zoals gisterenavond. Hij speelt met een rijke ronde klank en evoceert allerlei sfeerrijke achtergrondgeluiden. Im Dorfe laat hij bijvoorbeeld de slapers stevig snurken, maar plots vindt hij een dansmelodietje in de rechterhand en zet dat extra in de verf.

De desolaatheid van Winterreise en de eenzaamheid van de Wanderer bereikten een hoogtepunt in Der Wegweiser. Voor de laatste strofe haalt Volle alle kleur uit zijn stem. Als in trance stapt hij zo Das Wirtshaus binnen, waar hij uiteindelijk toch weer de moed vind om nog even verder te gaan.

Publicatie: woensdag 27 augustus 2014 @ 14:33
Rubriek: Liedrecital