Il Grand' Inquisitor

IMKEB 2004 - Halve finale, dag 2

De tweede dag werd gedomineerd door de mannen met twee baritons en twee bassen. In vergelijking met de eerste dag zat er minder kaf tussen het koren.

's Middags traden de volgende zangers op:

illustratie

De Poolse bas heeft een goede stem, maar is nogal saai en monochroom; alles bij elkaar nogal middelmatig. De keuze om Papageno's "Ein Mächen oder Weibchen" te zingen was verrassend, aangezien zijn stem te diep ligt voor de rol.

De Franse sopraan is van hetzelfde kaliber als de drie sopranen van de eerste sessie... niet veel soeps. Ze heeft amper lage noten en produceert ook een lelijk, kelig geluid. Maar ze slaagt er wel in om expressie in haar zang te leggen.

Bernadetta Grabias heeft een heel donkere mezzo, die volgens mij niet zou misstaan om Handeliaanse castraatrollen te zingen. Maar ze kiest o.a. om Dorabella's "Smanie implacabili" (uit Cosi fan tutte) en Isabella's "Cruda sorte" (uit L'Italiana in Algeri) te brengen, die ze dan vakkundig platwalst. Maar de stem is er wel, ze moet alleen nog grondig gepolijst worden.

Voor de avondsessie zat het Conservatorium bijna stampvol... misschien omdat het zaterdagavond was, misschien omdat er twee Belgen aantraden:

illustratie

Maar vergeet de twee Belgen. De absolute winnaar is de Duitse Johannes Schendel. Uit zijn keuzelijst voor de jury blijkt dat hij zich wil profileren als een Liedzanger. En in het eerste deel doet hij dat ook met ongelooflijke stijl... ik denk dat we hier al de winnaar van de Liedprijs te pakken hebben. Zijn dictie is van een perfectie, die die van zangers als Thomas Quasthoff of Wolfgang Holzmair benadert. Interpretatief valt er ook niets op te merken... en hij heeft daarenboven gewoon een heel mooie stem. Hij was ook de eerste zanger die het opgelegd werk "Verklärter Herbst" van Benoît Mernier boven zijn plink-plonk-niveau uittilt, en het zelfs praktisch zonder partituur zong. Geniaal !

De Belg Lionel Lhote heeft niet echt een mooie stem, die veel te nasaal klinkt naar mijn smaak. Vooral in Wolframs "Ode aan de avondster" is dat een probleem. Ook zijn dictie is niet helemaal wat het zijn moet - zelfs in het Frans kan hij niet tippen aan Schendel - en is hij vaak onbegrijpbaar. En dat is dan weer een probleem voor bijvoorbeeld Poulencs "Chansons gaillardes", waarvan hij alle acht liederen zong. Enige overdrijving is hem ook niet vreemd.

Shadi Torbey heeft een gitzwarte basstem... die vooral goed tot zijn recht kwam in Seneca's "Ecco la sconsolata" (uit Monteverdi's Poppea) of Arkels "Maintenant que le père de Pelléas". Het minste wat je van zijn interpretatie van Loewe's "Edward" kunt zeggen, is dat ze origineel was. Hij gebruikt heel veel kleuren en effecten om deze dramatische ballade tot leven te brengen - er zijn zelfs een paar interessante ideeën (zoals de Erlkönig-klank voor de moeder) - maar het was allemaal een beetje té. Er is bijvoorbeeld ook geen enkele reden om het einde, als Edward zijn moeder vervloekt, niet meer te zingen, maar te beginnen brullen. Hij eindigde met een echt Terfel-bisnummer "I bought me a cat", waarmee de hele zaal in een deuk lag van het lachen. Er is weliswaar een en ander aan te merken aan zijn stijl, maar ik wil wel graag horen hoe hij in het PSK klinkt...

Publicatie: zondag 2 mei 2004 @ 11:19
Rubriek: Concert