Il Grand' Inquisitor

Les vêpres siciliennes in Londen

Er zijn geen slechte Verdi-opera's, alleen slechte uitvoeringen... De nieuwe productie van Les vêpres siciliennes in Londen is er zo één. En voor een keer ligt het niet aan de regisseur. Van een operahuis als Covent Garden met Antonio Pappano als chef-dirigent zou je toch mogen verwachten dat ze een min of meer aanvaardbare bezetting kunnen engageren.

illustratie

Stefan Herheim vertelt uiteraard weer zijn eigen verhaal, of dat nu iets met het onderwerp te maken heeft of niet. Of zoals het in het programmaboek samengevat wordt:

Stefan Herheim's production takes place in a stylized version of the very opera house for which Les vêpres siciliennes was written. Its plot based around the political and emotional struggle between the French and the Sicilians is told on one level, but the production also translates the story into an existential struggle between artists and the people who want to use and abuse art - making art itself the country over which they are fighting.

Tja...

Het biedt de mogelijkheid aan decorbouwer Philipp Fürhofer om Le Peletier na te bouwen en aan choreograaf André de Jong om een hoop ballerina's op een logische manier in het verhaal te integreren. De ouverture wordt volledig geënsceneerd, wat in dit geval best wel geslaagd is. Herheim toont wat twintig jaar eerder gebeurd is. Procida - een verwijfde dansmeester - wordt in elkaar geslagen waarna hij Sicilië verlaat, zodat hij aan het begin van het tweede bedrijf terug kan keren. Een jongere Montfort komt binnen tijdens de dansles en verkracht een van de ballerina's. Daarna komen een zwangere ballerina, een ballerina met een baby en één met een jong kind. Dat kind is uiteraard Henri.

Die drie ballerina's komen nog eens terug tijdens de centrale scène in het derde bedrijf als Montfort aan Henri vertelt dat hij zijn vader is. Tijdens die scène dansen ballerina's in zwarte tutu's dezelfde choreografie die ze tijdens de ouverture, op dezelfde muziek, ook al gedanst hebben in witte tutu's. Dit soort details maakt het wel een interessante regie. Maar het probleem is dus de muzikale kant van de voorstelling.

Ik zou Michael Volle niet meteen als een Verdi-bariton omschrijven, maar hij is wel de boeiendste vertolker op de scène. Maar zelfs tijdens "Au sein de la puissance" zat ik me constant voor te stellen hoe een echte Franse bariton - iemand als Philippe Rouillon of Laurent Naouri - deze scène van Montfort zou zingen. Het geeft aan dat het Franse gevoel er niet helemaal is.

Lianna Haroutounian is een Hélène met twee stemmen. De bovenste helft van haar stem projecteert goed, maar de rest geraakt nauwelijks over de orkestbak. Een en ander maakt dat haar "Viens à nous, Dieu tutelaire" geen stabiele lijn had. Na zijn Enée in de cinema-Met had ik verwacht dat Bryan Hymel wel een goede Henri zou zijn. Het toont vooral aan hoe misleidend microfoons kunnen zijn. Hij zingt weliswaar het mooiste Frans, maar zijn stem is ook iets lichter dan wat ik zou verwachten voor deze rol.

Erwin Schrott heeft vooral als voordeel dat hij meneer Netrebko is, een Procida is hij echter niet. Ze zijn hem waarschijnlijk vergeten zeggen dat ze de Franse versie deden en dus kregen we "Et toi, Palerme" in een of ander Uruguayaans dialect en met nauwelijks tot geen legato.

Voeg daar nog een atypisch slaapverwekkende Pappano bij en ik vraag me nog altijd af hoe ik het toch drie bedrijven heb volgehouden...

Publicatie: vrijdag 18 oktober 2013 @ 8:44
Rubriek: Opera