Il Grand' Inquisitor

Rigoletto in Alden-Biesen

De zomer komt dit jaar maar moeilijk uit de startblokken, maar de Zomeropera is desalniettemin al in volle gang. Voor het Verdi-jaar hebben ze Rigoletto uitgekozen om op te voeren op de binnenkoer van de Landcommanderij Alden Biesen.

illustratie

Carlos Wagner, die we ook al een paar keer in de Vlaamse Opera tegengekomen zijn (meest recent met Le Duc d'Albe), was verantwoordelijk voor de regie. De Zomeropera mikt op het grote publiek en dus kregen we een redelijk traditionele regie, weliswaar binnen de beperkingen van de locatie.

Het decor is opgedeeld in drie delen. Links zien we het paleis van de Hertog dat gedomineerd wordt door een groot bed met rode gordijnen, rechts staat de krotwoning van Sparafucile. In het midden is een neutraal speelvlak met daarboven een stalen constructie waar Gilda woont. De meest opvallende keuze is de jeugdigheid van Gilda. Ze is amper een tiener die nog met poppen speelt, wat de "liefde" van de Hertog toch een bedenkelijk kantje geeft.

De drie protagonisten zijn dubbel bezet. Ik hoorde gisteren de tweede bezetting. Andrea Giovannini is niet de meest subtiele Hertog. Zijn volume komt amper beneden een stevig fortissimo, enkel bij "Parmi veder le lagrime" horen we iets dat op zingen lijkt. Hij heeft wel alle noten voor de rol... of toch bijna... want hij kraakte twee keer tijdens "La donna è mobile" (en een derde keer toen hij tijdens de pauze de aria aan het inzingen was).

Elena Pereg zingt een mooie Gilda, maar ook haar expressie blijft redelijk beperkt en monotoon. Voor een lange aria als "Caro nome" is dat dodelijk, maar ze eindigde wel met een uitstekende "Lassù in cielo". Marco Moncloa zong Rigoletto met een gemakkelijke hoogte en de donkere kleuren van een Verdi-bariton. "Cortigiani, vil razza dannata" kon nog iets meer gevarieerd worden, maar was toch een van de betere momenten van de avond.

Bij de kleinere rollen moet de presente Monterone van Nabil Suliman vermeld worden. Van achterin de zaal rolt zijn egale bas over de hoofden van het publiek. Sparafucile ligt al een tijdje buiten de vocale mogelijkheden van Piet Vansichen. Zijn ruwe en verkapte benadering past wel bij de visie van de regisseur, maar klinkt weinig Verdiaans. Laura Vila is tenslotte een voldoende wulpse Maddalena.

Publicatie: maandag 10 juni 2013 @ 18:28
Rubriek: Opera