Il Grand' Inquisitor

Cosi fan tutte in de Munt

Theater- of filmregisseurs een opera toevertrouwen, is niet altijd een goed idee. Michael Haneke is echter de spreekwoordelijke uitzondering. Zijn enscenering van Don Giovanni in Parijs vond ik een van de betere moderne Don Giovanni's. Cosi fan tutte is pas zijn tweede operaproductie, en is niets minder dan geniaal.

illustratie
foto © Bernard Coutant

De opera speelt zich af in een Italiaans landhuis met pilaren, wit marmer en zicht op een tuin die stilaan overgaat in de duisternis van de nacht. Heel het tweede bedrijf speelt zich af tegen een wolkenloze sterrenhemel. Bij het begin van de opera zien we een receptie, waar verschillende gasten verkleed zijn in 18de eeuwse kostuums, waaronder Don Alfonso.

Voor de twee koppels werden jonge zangers uitgekozen, Don Alfonso is - zoals gebruikelijk - een stuk ouder, maar dat geldt - enigszins verrassend - ook voor Despina. Gewoonlijk is Despina een opgewekte spring-in-'t-veld. Hanekes Despina is ouder en bij momenten verbitterd. Haar aanloop naar "In uomini, in soldati" richt ze tot Don Alfonso, waaruit blijkt dat ze samen een of ander verleden hebben. De aria zelf zingt ze voor zichzelf waardoor hij een autobiografisch karakter krijgt. Als compensatie voor de trieste Despina, kleedt hij haar als pierrot om de vrolijke schijn op te houden. Als "dokter" vermomt ze zich met een rode clownsneus, als "notaris" imiteert ze Chaplin.

Maar het feit dat een groot regisseur aan het werk is, manifesteert zich in de details. Dorabella draagt bijvoorbeeld een T-shirt met waarop een foto van Ferrando gedrukt is. Als Guglielmo haar T-shirt - als "portret" - aan Ferrando toont, weet hij meteen dat de ontrouw van Dorabella verder ging dan een onschuldige kus. Fiordiligi is degene die het langst weerstand biedt, maar eenmaal ze haar liefde voor Ferrando beseft, blijft ze standvastig in haar ontrouw... wat tot het slotbeeld leidt. Fiordiligi en Ferrando klampen zich aan elkaar vast terwijl de vier andere hen uit elkaar proberen te trekken.

Subtieler zijn bepaalde gelaatsuitdrukkingen. Bijvoorbeeld als Dorabella de zin "E che credi che potria altr'uom amar chi s'ebbe par amante un Guglielmo, un Ferrando?" zingt, voelt ze zich betrapt als ze eerst Guglielmo's naam noemt. Het is een enscenering die constant boeit en die ongetwijfeld meerdere keren moet bekeken worden om volledig te doorgronden. Het enige minpuntje is dat Haneke tussen verschillende scènes soms stiltes laat vallen. Een stilte kan spannend werken, maar al te vaak is de timing van die pauzes net iets te lang.

Het "oude" koppel werd vertolkt door zangers die al bekend zijn in de Munt. Kerstin Avemo geeft zich voluit als Despina en beschikt over de stem om de aangepaste visie van Haneke in alle mogelijke kleuren uit te beelden. William Shimell zingt een strakke Don Alfonso met manipulatieve zelfverzekerdheid. Na zijn "Cosi fan tutte"-moment begint zijn stem wel te begeven en schakelt hij over op geblaf.

Het "lage" koppel is goed, maar niet echt uitzonderlijk. Paola Gardina moet het stellen zonder "E amore un ladroncello", maar zingt een des te vurigere "Smanie implacabili". Andreas Wolf heeft een mooie lyrische bariton. Maar als hij zijn stem onder druk zet, bijvoorbeeld in "Donne mie, le fate a tanti", duikt een schijn van een keelvibrato op.

Maar het is het "hoge" koppel dat de hoofdvogels afschiet. Anett Fritsch heb ik eerder al in de troupe van Düsseldorf gehoord. Toen was ze nog een soubrette, ondertussen is haar stem uitgegroeid tot een volle lyrische sopraan. Als Fiordiligi domineert ze elk ensemble, waardoor bijvoorbeeld in het trio "Soave sia il vento" de andere zangers naar de achtergrond gedrukt worden. Haar twee aria's behoren tot de lastigste die Mozart gecomponeerd heeft. "Come scoglio" lijkt kinderspel voor haar, maar het is met "Per pietà" dat ze indruk maakt. Deze aria lijkt grotendeels mezzo-materiaal te zijn, maar zelfs in de laagte blijft ze perfect hoorbaar en verdwijnt ze niet in het orkest zoals mindere sopranen.

Juan Francisco Gatell is met voorsprong de beste Ferrando die ik ooit live gehoord heb. Registerovergangen lijken triviaal, hoge noten stralen en hij beschikt over een brede dynamiek. Zijn "Un aura amorosa" had misschien iets zoetgevooisder gemogen, maar "Tradito, schernito" is fenomenaal in zijn slagkracht en stuwing.

Publicatie: vrijdag 31 mei 2013 @ 18:50
Rubriek: Opera