Il Grand' Inquisitor

La Gioconda in Parijs

Met een "oude" productie uit Barcelona komt La Gioconda, Ponchielli's opera die zowat de ontbrekende schakel is tussen Verdi en Puccini, in het repertoire van de Parijse Opéra. Pier Luigi Pizzi brengt een licht gestileerde enscenering met Venetiaanse verwijzingen (gondels dobberen regelmatig onder Venetiaanse boogbruggen) en librettogetrouwe details (Enzo's boot gaat in vlammen op), maar met weinig personenregie waardoor de zangers de avond moeten dragen.

illustratie

De titelrol is een dramatische sopraanpartij die relatief laag ligt, waardoor het een kolfje naar de hand van ex-mezzo Violeta Urmana zou moeten zijn. Ze kan me nog altijd niet overtuigen dat ze een "echte" sopraan geworden is. Sommige momenten doet ze heel goed. Bijvoorbeeld het begin van "Suicidio" is indrukwekkend, maar de rest is al te vaak erop of eronder met hoge noten die er forte uitknallen. Als ze La Cieca citeert in het vierde bedrijf - A te questo rosario - hoor je waar haar stem ligt. Daar dus, en niet bijvoorbeeld in "Enzo adorato..." (alhoewel ik nu ook niet had verwacht dat ze een Zinka'tje zou doen).

Haar confrontatie met Laura in het tweede bedrijf is een worsteling. Aan de ene kant hoor je Urmana die zich als sopraan probeert te gedragen, aan de andere kant hoor je Luciana D'Intino die met een kanjer van een stem Urmana van het podium zingt. D'Intino geneert zich niet om lekker ouderwets heen en weer te schakelen naar haar borststem. In dat duet zingt ze elke noot van "L'amo come il fulgor del creato" bij wijze van spreken in een ander register. Maria José Montiel zong La Cieca met een egaal stromende alt, met een warme en tedere "Voce di donna" als resultaat.

Bij de mannen was het uitkijken naar Marcelo Alvarez. Met deze Enzo bevestigt hij zijn statuut als regerende spinto-tenor. "Cielo e mar" was bijna perfect, met een paar piano noten die op het randje waren. Het gebrek aan personenregie is vooral bij hem duidelijk... waardoor hij uitbundig kan acteren overeenkomstig de handleiding "Armzwaaien voor tenors".

Claudio Sgura zong Barnaba met een donkere overdekte bariton. Zijn stem is net iets te monochroom donker naar mijn smaak. Ik had liever iets meer de helderheid van een Verdi-bariton gehad, vooral in zijn vissersballade. Maar Barnaba is nu eenmaal een sinistere figuur, die daar wel min of meer mee wegkomt. Orlin Anastassov was een stevig monumentale Alvise Badoèro met een goede, maar weinig geïnspireerde, "Si, morir ella de'".

Wie deze voorstelling ook wil zien en horen, maar er niet voor naar Parijs kan, kan op maandag 13 mei in de UGC-cinema's van Brussel en Antwerpen terecht, waar de de opera live vertoond wordt.

Publicatie: woensdag 8 mei 2013 @ 12:41
Rubriek: Opera