Il Grand' Inquisitor

Die Entführung aus dem Serail in Praag

Het derde operahuis in Praag is het "Stavovské divadlo" (Statentheater). Het is tevens het oudste operahuis en is onder andere bekend omdat Don Giovanni en La clemenza di Tito daar gecreëerd werden. Mozart blijft de hoofdbrok van het programma.

illustratie
foto met een andere bezetting

Ik zag er gisteren een voorstelling van Die Entführung aus dem Serail in een herneming van een productie van Joël Lauwers uit 2011. De voorstelling begint met een kind-Mozart die op de souffleurskast staat om het orkest te dirigeren tot hij gestoord wordt door een feest achter hem, vaag zichtbaar door een half-transparant gordijn. Het is niet helemaal duidelijk wat daar het nut van is. Als dat gordijn naar beneden valt en opbolt, ontstaan golven waaruit Belmonte aanspoelt... wat op zich wel een mooi beeld is.

De rest van de voorstelling wordt gekenmerkt door grote houten muren die telkens verrold worden tot nieuwe scènes. Er was één overbodige ingreep nadat Selim de vlucht verijdelt en hoort dat Belmonte de zoon van zijn vijand is. Dan haalt hij een dolk boven en doodt Belmonte en Konstanze. Dat neemt het volgende duet "Ach, Geliebe, dir zu leben" wel heel letterlijk, terwijl ze liggen dood te bloeden. Maar op het einde van dat duet zijn ze op miraculeuze wijze genezen zodat Selim hen toch kan vergeven. Een en ander maakt het slot van de opera ongeloofwaardig.

Afgezien van een Japanse Blonde, was het een volledig Tsjechisch/Slovaakse bezetting met een variabel geaccenteerd Duits. Twee zangers die ik een dag eerder in Jakobin gehoord heb, waren ook nu van de partij.

Zdenek Plech is een hilarische Osmin die de eerste helft van het eerste bedrijf domineert. Hij heeft wel niet de echt diepe noten voor bijvoorbeeld "O wie will ich triumphieren", maar hij zingt met veel kleur en oog voor de tekst. Ales Briscein maakte indruk als Belmonte. Hij lijkt wel onvermoeibaar met een homogene stem zonder registerovergangen tot en met een stralende hoogte. Tomas Korinek was een zwakke Pedrillo. Hij zingt "Frisch zum Kampfe" als een brandweersirene (na deze aria kwam de pauze, wat ik een vreemde plaats vind om de voorstelling te onderbreken), maar met "In Mohrenland" herneemt hij zich.

Jana Srejma Kacirková was een degelijke Konstanze. Ze beschikt over het vocale gewicht om "Martern aller Arten" te dragen, inclusief een goede triller. De hoge coloraturen voerde ze soms wel onorthodox uit door er naartoe te springen zonder voorbereiding. Yukiko Srejmová Kinjo was aangekondigd als lichtjes ziek. Maar dat leek geen invloed te hebben op haar stem. Ze zong een leuke Blonde. Zelfs een masserende en krakende Osmin tijdens "Durch Zärtlichkeit und Schmeicheln" kon haar niet van de wijs brengen.

Publicatie: zondag 28 april 2013 @ 9:37
Rubriek: Opera