Il Grand' Inquisitor

Lucrezia Borgia in Brussel

Na Lulu, Violetta en Manon is Lucrezia Borgia de laatste in het vrouwenkwartet dat het Muntseizoen domineert. Min of meer hetzelfde team als dat van Lucia di Lammermoor stond in de arena van het Koninklijk Circus.

illustratie
foto © Clärchen en Matthias Baus

Elena Mosuc zong een goede Lucrezia Borgia, echter zonder het niveau van haar Lucia te evenaren. Haar "Com'è bello" was heel mooi gezongen, maar werd afgerond met halfslachtige trillers. Tegen het einde van het eerste bedrijf begonnen vermoeiingsverschijnselen op te treden en de slotnoten van "Era desso il figlio mio" moest ze er klankloos uitpersen. Charles Castronovo was een betere Gennaro dan indertijd Edgardo. Met een ruime Italiaanse stem zong hij "Di pescatore ignobile".

Ik had Paul Gay niet zo snel in een belcantorol verwacht. Maar hij is verrassend goed als Don Alfonso, al worden de coloraturen van "Vieni, la mia vendetta" meer uitgespreid dan aanvaardbaar is. Maar de ster van de avond was voor mij Silvia Tro Santafé die de travestierol van Maffio Orsini zong met warme alles omvattende alt. Maffio's brindisi "Il segreto per esser felici" was een genot om naar te luisteren.

Maar zoals gewoonlijk is het probleem de zaal. Om iedereen toch zo veel als mogelijk van de zangers te laten genieten, zingen die in alle richtingen. En eens een zanger wegzingt van een deel van het publiek, verdwijnt die klank in de muren van het Circus. Hetzelfde geldt voor het orkest dat nooit ruimtelijk aanwezig is zoals in een echt operahuis als de Munt.

Regisseur Guy Joosten maakt van de volledige zaal gebruik door bijvoorbeeld het koor op te stellen rond de arena of op het balkon. In de arena schuift weer een lange tafel in en uit zoals bij Lucia. Decorontwerper Johannes Leiacker heeft de vier ingangen versierd met reusachtige poppen. Aangezien elk bedrijf plaatsvindt tijdens een gemaskerd bal of een ander carnavalsfeest, dragen koor en comprimario's bijna constant een masker... gaande van varkenskoppen tijdens de proloog tot doodskoppen voor de "danse macabre" van het tweede bedrijf.

De personenregie is minder gedetailleerd dan wat we van Guy Joosten gewend zijn, en spitst zich vooral toe op Lucrezia Borgia. Vooral Gennaro blijft bleek. Maffio Orsini krijgt tenminste nog een sinister Eboli-ooglapje en een protese-hand. Uiteraard geeft hij het Gennaro-Maffio-duet in het tweede bedrijf een homo-erotische invulling. Verder zijn er nog wat onbegrijpelijke ingrepen zoals zinloze gevechtscènes tijdens het eerste bedrijf of het paukenmotief uit de ouverture dat op het irritante af herhaald wordt voor het begin van de opera...

Publicatie: vrijdag 22 februari 2013 @ 9:48
Rubriek: Opera