Il Grand' Inquisitor

L'Italiana in Algeri in Luik

De nieuwe L'Italiana in Algeri in de Waalse Opera is op alle gebied een propere productie, de betere middelmaat waar echter weinig Rossiniaanse schwung in waar te nemen valt. Het begon al met Bruno Campanella die een zeer tamme ouverture dirigeerde. Maar ook de rest van de avond sleept zich gezapig voort. Er is weinig sprankeling, wat dodelijk is voor een komische Rossini-opera.

illustratie

Enkelejda Shkosa heeft een warme alt, die in Isabella's openingsaria "Cruda sorte" haar draai nog moest vinden. Ze zong "Per lui che adoro" wel met voldoende expressie. Maar ze probeert soms meer te imponeren met volume dan met nuances, zoals in het slotronde "Pensa alla patria".

Daniele Zanfardino vertolkte haar geliefde Lindoro met een helder stralende tenor, die ook tederheid kan uitdrukken in "Languir per una bella". Carlo Lepore zong een goede Mustafà met een degelijke buffo-bas. Maar ik heb nog het meest genoten van de Taddeo van Mario Cassi en zijn Italiaanse "gusto".

De enscenering van Emilio Sagi was sober in een eenvoudig decor met wisselende kleuren per scène. Hij trapte gelukkig niet in de val om het verhaal op te leuken met slapstick-toestanden of nodeloze toevoegingen. Ook op dit vlak is alles degelijk, zonder echt memorabel te zijn.

Publicatie: woensdag 23 januari 2013 @ 18:01
Rubriek: Opera