Il Grand' Inquisitor

Edita Gruberova in Luik

Sommige zangers lijken niet te beseffen wanneer het tijd is om afscheid te nemen van het podium. Het "belcanto"-concert met waanzinaria's dat Edita Gruberova gisteren in de opera van Luik gaf, was ronduit pijnlijk. Maar gelukkig heeft ze nog een trouwe schare fans die alles wat ze doet luidruchtig bejubelt en zo voor enige ambiance zorgt.

illustratieHet is ongeveer tien jaar geleden dat ik haar voor de eerste keer live opera hoorde zingen, Lucia in München. En ook toen vond ik al dat ze met rasse schreden haar vervaldatum naderde. Ook haar Muntdebuut met Norma was niet echt fameus. En het concert gisteren was helemaal rampzalig.

Na de ouverture van La favorite zong ze Elisabetta's aria "L'amor suo mi fe' beata" uit Roberto Devereux, die helemaal niet meer in haar stem past. In de laagste helft van haar stem spreekt ze in plaats van te zingen, haar adem is kort, haar mezza voce bestaat hoofdzakelijk uit fluisternoten die nauwelijks dragen. Het staccatowerk in de loopjes lijkt meer op een haperend glissando. Haar trillers zijn die naam niet meer waardig.

In de hoogte heeft ze wel nog een paar goede noten. Zo begon ze Lucia's waanzinscène "Il dolce suono" met een mooi messa di voce. Piano noten dragen in dat register wel zoals het moet. De dialoog met de dwarsfluit zat ook wel goed. Maar ze mag vooral niet forte zingen, dan wordt haar stem lelijk en is ze niet meer helemaal juist... zoals pijnlijk duidelijk werd op het einde van "Ardon gl' incensi".

Bellini's Elvira en Thomas' Ophélie na de pauze heb ik overgelaten aan haar fans...

Publicatie: vrijdag 5 oktober 2012 @ 19:20
Rubriek: Concert