Il Grand' Inquisitor

Orlando in de Munt

Op de affiche van Orlando prijkt de vervaarlijke kop van een adelaar. Het is een van de elementen in het libretto waardoor regisseur Pierre Audi zich heeft laten inspireren voor zijn enscenering in de Munt.

illustratie
foto © Bernd Uhlig

Volgens het libretto begeleidt een adelaar de godendrank die door de magiër Zoroastro aan de beschermgoden gevraagd werd om Orlando te genezen van zijn waanzin. Dit wordt in beeld gebracht met videobeelden waarop we een wazig silhouet van een vogel zien neerdalen over Orlando. Eerder was een adelaar ook verantwoordelijk voor de waanzin van Orlando.

Naast die videobeelden speelt ook vuur een belangrijke rol in de enscenering. De opera begint eigenlijk met het einde. Tijdens zijn waanzinnige periode, vernietigt Orlando het huisje van de herderin Dorinda door er brand te stichten. Dit afgebrand huis zien we al in het eerste bedrijf, in de loop van de avond wordt het terug opgebouwd. In deze productie is Orlando trouwens een brandweerman - het publiek proberen duidelijk maken wat een paladijn is, is waarschijnlijk te ingewikkeld - die duidelijk pyromane trekjes vertoond, verwant met de Möriker Feuerreiter.

Orlando is een redelijk statische opera, maar de regie van Pierre Audi slaagt erin om te onderhouden, zonder echter in de buurt te komen van de tijdloze esthetiek van een Robert Carsen, wiens visie we meer dan tien jaar geleden in de Vlaamse Opera konden bekijken in Handels opera.

illustratie
foto © Bernd Uhlig

De vijf solisten die dirigent René Jacobs rond zich verzameld heeft, vormen een bezetting van hoog niveau.

Bejun Mehta is één van de zeldzame contratenors die qua stemvolume nooit moet onderdoen voor de andere zangers. Zijn Orlando heeft een hoge spektakelwaarde. Al blijft de basisklank van zijn stem vrij monochroom, toch weet hij te boeien met een ver doorgedreven tekstvertolking die culmineert in een verbluffende waanzinscène op het einde van het tweede bedrijf. Zijn virtuositeit kan hij lustig botvieren in de da capo-gedeelten van zijn andere aria's.

De twee sopranen zijn erg vergelijkbaar. Sunhae Im kwinkeleert nog altijd vlotjes doorheen de versieringen van Dorinda en acteert ook overtuigend. De stem van Sophie Karthäuser is slechts marginaal verschillend. Een iets vollere lyrische sopraan had misschien voor wat meer differentiatie kunnen zorgen, maar haar Angelica is wel mooi, zij het iets minder expressief vertolkt dan haar collega. Kristina Hammarström zingt Medoro met een warme stem. Konstantin Wolff zong een rijpe Zoroastro met gebronsde bariton.

Publicatie: donderdag 3 mei 2012 @ 17:06
Rubriek: Opera