Il Grand' Inquisitor

Sancta Susanna en Suor Angelica in Lyon

Paul Hindemith voelde zich rond 1920 geïnspireerd door Il trittico om ook een drieluik te componeren. Eén van die drie opera's, Sancta Susanna, heeft ook een religieus thema. Het is dan niet ver gezocht om deze korte eenakter - hij duurt amper 25 minuten - te koppelen aan Suor Angelica tijdens het PucciniPlus-festival van de opera van Lyon.

illustratie
foto © Stofleth

Sancta Susanna was in 1922 een schandaal, niet in het minst omdat een halfnaakte kloosterzuster, Susanna, zich op de levensgrote gekruisigde Christus boven het altaar werpt. Aanleiding was de vertelling door de oude zuster Klementia tijdens een nachtwake dat 40 jaar eerder een andere zuster zich vergrepen had aan het kruisbeeld en nadien levend ingemetseld werd achter het altaar.

In de enscenering van John Fulljames wordt gesuggereerd dat er duivelse machten aan het werk zijn - de opera eindigt trouwens met het koor van de andere zusters die "Satana" zingen. De laatste helft van de opera is Susanna volledig naakt en haar lichaam staat vol vreemde (duivelse?) tekens. Er lijkt nog meer aan de hand te zijn in dat klooster, want op de gezichten van de andere kloosterzusters zijn ook symbolen zichtbaar. Enkel Klementia blijft ongeschonden.

Het is hoedanook een boeiende opera (die ik nog niet kende) waarvoor Hindemith een originele partituur gecomponeerd heeft met hypnotiserende orkestklanken, die me persoonlijk meer aansprak dan bijvoorbeeld de muziek die Schoenberg schreef voor Von heute auf morgen. Agnes Selma Weiland, Susanna, en Magdalena Anna Hofmann, Klementia, zongen met presente stem en perfecte dictie.

illustratie
foto © Stofleth

Johan Engels was de decorontwerper voor beide opera's en beide scènebeelden zijn sterk verwant. In Sancta Susanna hangt centraal een groot kruisbeeld boven het altaar tegen een zwarte achtergrond. Voor Suor Angelica wordt dat een gigantisch Mariabeeld met daarvoor een doorzichtig watervat waarin op het einde de figuur van Angelica's zoontje verschijnt. De regie van David Pountney volgt de gebruikelijke keuzes met bijvoorbeeld een in zwart geklede Zia Principessa als contrast met de witte pijen van de zusters.

Csilla Boross is een bijna even goede Suor Angelica als Giorgetta. Haar "Senza mamma" gaat door merg en been, alhoewel de 'amor' op het einde van de aria meer dolcezza mocht krijgen. "Amici fiori" was dan weer wel vol tederheid als ze haar verwachting uitdrukt om haar zoontje in de dood terug te zien. Natascha Petrinsky was een goede Zia Principessa, alhoewel ik iets meer karakter verwachtte na haar expressieve Frugola.

Publicatie: maandag 6 februari 2012 @ 10:26
Rubriek: Opera