Il Grand' Inquisitor

Cendrillon in de Munt

Het Muntseizoen is drie producties ver en na Médée en Oedipe krijgen we met Massenets Cendrillon de derde Franse opera op rij... het was ooit anders, in de tijd toen de Franse opera nog stiefmoederlijk behandeld werd. Een sprookjesopera als Cendrillon is een perfecte keuze voor de feestdagen. Zoals gewoonlijk bij Laurent Pelly, zorgt hij voor een verzorgde productie.

illustratie
foto © Johan Jacobs

Voor het scènebeeld laten ze zich inspireren op het sprookje zelf, letterlijk. Op een sober decor in perkamentkleuren zijn de eerste paragrafen van het Assepoester-sprookje - "Il était une fois un gentilhomme..." - geschreven. Bij zijn vorige productie in de Munt - die andere romanfiguur, Don Quichotte - heeft hij hetzelfde procedé toegepast. En wie in 2000 La cenerentola in de Munt gezien heeft, herinnert zich wellicht dat François Schuiten zijn decor ook opgebouwd heeft rond het sprookjesboek.

Een leuk idee is om met de tekst te spelen. Zo zijn er niet alleen de stoelruggen die het woord "Cendrillon" vormen, maar ook de koets is opgebouwd uit de letters "Carrosse" en in de poort van het palais komt de tekst "Les portes du palais" verscheidene keren terug. Grappig is dan weer de stoet hunkerende prinsessen in spe die zich komen presenteren aan de prins, de ene in een nog gekkere jurk dan de andere. Gekke loopjes behoren ook tot het repertoire.

Maar dit alles is natuurlijk maar uiterlijk vertoon. Uiteindelijk gaat het over Cendrillon en haar "Prince Charmant" en hoe Laurent Pelly hun ontmoeting in scène zet. Het is ingebakken in het libretto, dat we nooit weten of het allemaal werkelijkheid is of toch maar een droom van Cendrillon. Pelly geeft hier ook geen antwoord op, wat uiteraard niet hoeft, en laat de "ware" toedracht van wat we meegemaakt hebben in het midden.

Ik heb de voorstelling twee keer gezien. Na de eerste keer vond ik het een zeer geslaagde voorstelling... onderhoudend met grappige, tedere en ontroerende momenten. Maar bij de tweede keer, was er eigenlijk niets dat me bijkomend aansprak. Echt goede producties geven niet al hun geheimen en details ineens prijs, maar in dit geval had ik het gevoel dat ik na één keer alles wel gezien had.

illustratie
foto © Johan Jacobs

Een reden om de voorstelling toch twee keer te gaan zien, is het feit dat de Munt twee bezettingen voor Assepoester en de Prins voorzien heeft, in twee verschillende versies. De "eerste" bezetting is de klassieke met een sopraan en mezzo. In de tweede bezetting zingen een mezzo en tenor het koppel.

Persoonlijk vond ik de eerste versie het meest geslaagd. Niet in het minst omdat Anne-Catherine Gillet een overtuigendere Cendrillon is dan Rinat Shaham. Gillet wist me bijvoorbeeld te ontroeren met haar eerste aria "Reste au foyer, petit grillon". Bij Shaham ontbraken de zwevende hoge noten, die Gillet wel heeft en die haar karakter iets breekbaars en innemends geven. Wat de Prins betreft, is de keuze minder duidelijk. Sophie Marilley was aandoenlijker in "Allez, laissez-moi seul" dan Frédéric Antoun. Antoun was dan weer geloofwaardiger in de laatste bedrijven, waar de stem van Marilley minder present leek.

Net zoals eerder dit jaar in de Opéra Comique, zong Eglise Gutiérrez de rol van de Fee met sprankelende hoge noten en een onstuitbare stroom aan trillers. Assepoesters stiefmoeder en vader werden vertolkt door Nora Gubisch en Lionel Lhote. Vocaal is Gubisch een degelijke Mme de la Haltière, maar qua uitstraling komt ze niet in de buurt van Ewa Podlès die de rol in Parijs zong. Gubisch straalt wel hooghartigheid uit met haar opgetrokken wenkbrauwen maar ze probeert iets te nadrukkelijk subtiel grappig te zijn. In theorie zou Lhote de stem voor Pandolfe moeten hebben, maar hij mist nog wat maturiteit om deze vaderfiguur te vertolken.

Publicatie: donderdag 22 december 2011 @ 18:17
Rubriek: Opera