Il Grand' Inquisitor

Faust in Metropolis

Faust behoorde jarenlang tot één van de meest populaire opera's, maar is de laatste decennia quasi in de vergetelheid geraakt ten voordele van Berlioz' versie van de Faust-legende. Het is bijvoorbeeld al van 1978 geleden dat Faust nog eens in de Munt te horen was. Maar een lichte kentering lijkt ingezet te zijn. In september hoorde ik nog de herneming van de McVicar-productie in Londen en nu komt de Met met een gloednieuwe productie onder leiding van de jonge Canadese dirigent Yannick Nézet-Séguin.

illustratie

Des McAnuff verplaatst de opera naar de 20ste eeuw, wat blijkens het boegeroep op het einde van de voorstelling niet in goede aarde viel bij een deel van het conservatieve Amerikaanse publiek. Faust is nochtans een tijdloze figuur en het is dan ook niet zo onzinnig om hem als een atoomfysicus af te beelden die op het einde van zijn leven zelfmoord wil plegen als hij beseft welk kwaad "zijn" atoombom aangericht heeft.

Op het einde van de opera zijn we terug op het moment als de "oude" Faust de gifbeker aan zijn lippen zet, hem leeg drinkt en dood neervalt. Alles wat we ondertussen beleefd hebben, is zijn leven dat aan hem voorbijtrekt... zijn eerste ontmoeting met Marguerite, de soldaten die ten strijde trekken naar de Eerste Wereldoorlog, het duel met Valentin, de kindermoord door Marguerite (die ook uitgebeeld wordt op het einde van de kathedraalscène na een spoedbevalling) en de laatste ontmoeting met Marguerite nadat ze waanzinnig geworden is.

Méphistophélès is de eigenlijke hoofdrol van de opera. En net zoals in Londen, zingt René Pape weer een indrukwekkende duivel met zijn kostbare bas. Michèle Losier was ook weer een goede Siebel. Russell Braun is een stijlvolle Valentin, die bewijst dat "Avant de quitter" ook kan zonder de smakeloosheid van Hvorostovsky in Londen. Vooraf had ik zo mijn twijfels bij Marina Poplavskaya als Marguerite (ze verving de oorspronkelijk aangekondigde Angela Gheorghiu die vroegtijdig afgehaakt had omwille van artistieke redenen). Ik krijg weliswaar plaatsvervangende kramp in mijn kaken als ik Poplavskaya zie zingen, maar ze klinkt wel mooi en jeugdig als Marguerite. Haar Juwelenaria was voorbeeldig met alles erop en eraan, voor een keer zelfs met de gewenste trillers.

Jonas Kaufmann zong de titelrol met een iets te donker timbre naar mijn smaak. Als de oude Faust van het eerste bedrijf past die Heldentenorale klank wel, maar hij slaagt er niet echt in om zijn stem iets te verlichten voor de jonge Faust. Wat niet betekent dat hij geen overtuigende Faust zingt. Zijn stembeheersing is fenomenaal. Zo is er niet alleen de hoge si van "Je t'aime" op het einde van het tweede bedrijf die hij forte aanzet en dan met een adembenemend traag diminuendo terugbrengt tot het voorgeschreven pianissimo. Er zijn ook de onwaarschijnlijk lange frases in "Salut, demeure chaste et pure" die hij in één adem zingt. De hoge do is ook van de partij in die aria, zij het minder mooi. Het enige wat me tegenviel, was dat veel van zijn piano's enigszins kelig klonken.

Publicatie: zondag 11 december 2011 @ 11:03
Rubriek: Opera