Il Grand' Inquisitor

Der fliegende Holländer in Luik

Ik kan het me enkel in Luik voorstellen, Der fliegende Holländer opvoeren met een pauze in plaats van de gebruikelijke ononderbroken opvoering. Maar het valt wel te begrijpen aangezien het een co-productie is met de opera van San Francisco, waar de technische mogelijkheden uitgebreider zijn dan in de Luikse tent om de scènewisseling van het eerste naar het tweede bedrijf mogelijk te maken.

illustratie

Regisseur Petrika Ionesco heeft een interessante Holländer bedacht, waarin het "gothic" element nog meer op de voorgrond komt dan gewoonlijk. Tijdens de geënsceneerde ouverture zien we Senta op een besneeuwd kerkhof ronddwalen. Een begrafenisstoet passeert en zombies klauteren uit de graven. De matrozen van de Hollander zijn trouwens ook zombies met de Hollander als opper-zombie. Hij is vastgekluisterd aan zijn anker en mag één keer om de zeven jaar zijn verkruimelde huid afpellen en aan land gaan om een reddende bruid te zoeken.

De opera eindigt weer op dat kerkhof met een gestorven Senta die haar tekenboek omklemt. Haar fascinatie voor de Hollander gaat verder dan enkel een oud schilderij en bijhorende mythe. Ze is letterlijk geobsedeerd en schildert, tekent en boetseert afbeeldingen van hem. Er wordt gesuggereerd dat Mary ook dezelfde obsessie had, tijdens die ouverture laat ze het schilderij van de Hollander achter op het kerkhof en lijkt jaloers te zijn op Senta dat zij wel de ontmoeting met de Hollander aandurft.

Scenisch was de voorstelling in orde, muzikaal was het een heel ander paar mouwen. Het eerste probleem is de dirigent Paolo Arrivabeni. Hij kiest op cruciale momenten - de monoloog van de Hollander, de ballade van Senta, hun duet op het einde van het tweede bedrijf - voor tergend trage tempo's. Traag en gedragen wordt pas expressief als de spanning ook blijft. Maar ik had constant het gevoel dat de zaak elk moment zou stilvallen waardoor alle cohesie uit deze scènes verdwijnt.

Het was vooral Mark Rucker als de Hollander die het meest te lijden had van deze aanpak. "Die Frist ist um" stuikte in elkaar en was dodelijk saai. Ik denk nochtans dat hij een goede Hollander zou kunnen zijn, hij heeft er het timbre en het postuur voor. Manuela Uhl was al een problematische Senta in Berlijn. Haar stem is er niet op vooruit gegaan. Haar laagte zwalpt met bedenkelijke intonatie en in de hoogte heeft ze een krijsende sopraan, waardoor ik blij was dat haar ballade "Traft ihr das Schiff" eindelijk gedaan was.

Alastair Miles is ook geen natuurlijke Wagnerzanger. Hij mist de echt diepe noten voor Daland. Heel het eerste bedrijf was hij op zoek om zijn stem juist te plaatsen. Pas bij zijn aria "Mögst du mein Kind" had hij ongeveer de juiste toon gevonden. De enige zanger die er met kop en schouders bovenuit stak, was Corby Welch. Eerder dit jaar heb ik hem ook een stralende Siegmund in Weimar horen zingen. Zijn Erik is even overtuigend, met een mooie stralende hoogte die perfect homogeen is met de rest van zijn stem.

Publicatie: woensdag 30 november 2011 @ 12:59
Rubriek: Opera