Il Grand' Inquisitor

Gianni Schicchi in Wexford

De tweede eenakter van het Wexford-festival is Gianni Schicchi. Weliswaar geen echt onbekend werk van Puccini, maar wel één met verschillende rolletjes zodat de volledige familie van Buoso Donati met jonge zangers bezet kan worden. Ook deze keer werden die gerecruteerd uit het "Chorus of Wexford Festival Opera".

illustratie
foto © Clive Barda

Deze "Shortworks", zoals de serie hier in Wexford benoemd wordt, worden niet opgevoerd in het operahuis, maar in de feestzaal van het Whites Hotel, wat een paar beperkingen oplevert. Het is een volledig vlakke zaal waarop een verhoogd podium gebouwd werd. Er worden zoveel mogelijk zitplaatsen ingeduwd als mogelijk, waardoor de rijen nog dichter bij elkaar staan dan de economy class van Iberia Airlines. Het is dan ook zaak van op tijd te zijn om één van de gangplaatsen te bemachtigen. Er zijn uiteraard geen podiummachinerieën, maar voor Gianni Schicchi is dat ook niet echt nodig. Een nagebouwde Florentijnse kamer rond een hemelbed volstaat.

Voordat opera écht begint, speelt Roberto Recchia (tevens de regisseur van het stuk) de dood van Buoso Donati. Op de radio horen we een krakende plaat van "Firenze è un albero fiorito" en op het moment dat de tenor zijn hoge noot zingt, valt hij dood in zijn soepbord... en begint de korte ouverture. Andrea Grant speelde op de piano. Wat volgt, zijn alle klassieke ingrediënten die we in elke Gianni Schicchi tegenkomen: het zoeken naar het testament met rondvliegende papieren, grapjes met het lijk, afscheid van Firenze met een zwaaiende vuist, ...

In het algemeen, was het een geslaagde voorstelling maar het blijft een komische opera en de timing in een komedie moet perfect zijn. Dat was echter niet altijd het geval. Vooral de climax van de opmaak van het nieuwe testament, waarbij "Buoso" een deel nalaat aan zijn "goede vriend" Gianni Schicchi en tegelijkertijd de familie in de hand moet houden, was wat rommelig en had niet het effect dat die scene kan hebben. Ook het optreden van de notaris en zijn getuigen was aan de zwakke kant.

Zoals gezegd werd bijna de volledige bezetting gevonden in het koor. Daarbij vielen vooral de uitstekende stemmen van Alessandro Spina (Simone) en Marcin Gesla (Betto di Signa) op. De Lauretta van Marcella Walsh kwam zenuwachtig over, waardoor haar stem niet echt vrij klonk... maar ze kreeg wel een applausje voor "O mio babbino caro". Ugo Kim heeft alle noten voor Rinuccio, maar doet er nog niet veel mee.

De titelpartij werd gezongen door Alessandro Luongo. Hij zingt tevens een van de hoofdrollen in Gianni di Parigi van Donizetti... één van de drie avondopera's van het festival, waar ik trouwens geen kaart voor vastgekregen heb (die voorstelling was al op miraculeuze manier uitverkocht voor de kaartverkoop begon). Hij zingt met een prachtige bariton en met veel stijlgevoel, inclusief het klassieke nasale stemmetje voor Buoso. Hij staat duidelijk een niveau hoger dan de rest van de bezetting. Zijn waarschuwing aan de Donati's - Addio Firenze - was een hoogtepunt van de voorstelling.

Publicatie: zondag 30 oktober 2011 @ 19:34
Rubriek: Opera