Il Grand' Inquisitor

Robert Holl in Schwarzenberg

Zes jaar geleden, zong Robert Holl al eens een memorabele Winterreise op de Schubertiade... memorabel voor al de foute redenen, waaronder een uitvoeringsduur van meer dan anderhalf uur. Nu is hij terug met een andere pianist; niemand minder dan András Schiff. En dat maakt een wereld van verschil, om te beginnen al een slordige 20 minuten.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

Wat we te horen kregen, was dan ook een echte Winterreise met al de emoties die erbij horen. Robert Holl zingt een Wanderer die vooral woede en verdriet toont. Telkens hij terugdenkt aan zijn geliefde, welt de woede op. In Die Wetterfahne is hij enkel nog maar geïrriteerd over "ihr Kind ist eine reiche Braut". Maar als hij in Wasserflut tegen de sneeuw spreekt hoe zijn tranen met de gesmolten sneeuw naar de stad stromen - "Da ist meiner Liebsten Haus" - is het een en al woede die overheerst.

In tegenstelling tot zijn vorige Winterreise, schuwt hij nu ook de lelijke klanken niet. Extreem wordt het in Letzte Hoffnung als hij in de laatste zin "Wein' auf meiner Hoffnung Grab" met een oerkreet weent of een bleitend "Grab" zingt. Daar tegenover staat een mooi legato gezongen Die Krähe. Het blijft verbazend hoe hij na al die jaren nog altijd met het zelfde warme ongeschonden timbre zingt, een enkel intonatieprobleempje hier of daar niet te na gesproken. Wat - spijtig genoeg - ook nog altijd hetzelfde is, is zijn introverte houding op het podium... voor over gebogen naar de grond zingend, met de ogen dicht heen en weer zwaaiend. Ik kan me voorstellen dat het sommige mensen op de zenuwen werkt.

Op eenzame hoogte staat András Schiff, als liedpianist enkel geëvenaard door Wolfram Rieger. Ik moet deze cyclus al letterlijk een paar honderd keer gehoord hebben, maar toch blijft Schiff nog kleuren en details vinden die ik nog nooit gehoord heb... en waarbij ik me afvraag of Schubert zelf wel wist dat hij die in zijn partituur gestoken heeft.

Het meest sprekende voorbeeld is Der Lindenbaum, het bekendste lied uit de hele cyclus. In de piano weerklinkt uiteraard het ruisen van de bladeren, maar András Schiff ziet zoveel meer in die partituur. Bij de tekst "Die kalten Winde bliesen" vindt hij de noten om een ijzige stormwind te ontketenen, die pas bij Der stürmische Morgen helemaal op het voorplan treedt. Maar echt opvallend is zo één nootje dat hij accentueert en dat doet denken aan de doodsbel van Das Zügenglöcklein... zou de Wanderer deze cyclus toch niet overleven ?

Publicatie: zaterdag 3 september 2011 @ 15:42
Rubriek: Liedrecital