Il Grand' Inquisitor

Yevgenij Onegin in Amsterdam

Het Concertgebouworkest moet één keer per jaar een operaproductie begeleiden in het Amsterdams Muziektheater. Dit seizoen viel de keuze op Yevgenij Onegin. Hun chef-dirigent Mariss Jansons stond in de orkestbak voor een gigantisch aantal strijkers en een opmerkelijke houtblazerssectie.

illustratie

Regisseur Stefan Herheim kennen wij vooral van zijn overdadige Rusalka vol overbodige details in de Munt. In Amsterdam houdt hij het een stuk simpeler. Nu ja, simpel is het niet helemaal... het is een complexe productie geworden, een Onegin voor gevorderden. Ik ben ervan overtuigd dat iemand die de opera niet kent, na vijf minuten volledig de draad kwijt is.

De opera wordt gekenmerkt door de spiegelbeelden tussen het eerste en derde bedrijf. In het eerste bedrijf schrijft Tatjana een brief aan Onegin en wordt afgewezen. In het laatste bedrijf - ondertussen is Tatjana getrouwd met Prins Gremin - gebeurt het omgekeerde. Dit gegeven is het uitgangspunt om parallellen te zoeken en te creëren tussen de eenvoudige wereld van Larina op het platteland en de high society van Sint-Petersburg. Zo is er ook de confrontatie tussen het volkse feest in het eerste en het formele bal in het laatste bedrijf. Er is de opportunistische liefde van Onegin versus de oprechte liefde van Gremin. Wat deze productie complex maakt, is het feit dat Herheim al die parallellen door elkaar laat lopen.

De opera begint bijvoorbeeld met de polonaise-muziek van het derde bedrijf die van in de coulissen weerklinkt, terwijl de gasten voor het bal aankomen, onder hen ook de verdwaalde Onegin. Als de echte ouverture uiteindelijk begint, dan zien we Larina en Filipjevna confituur maken en de "oudere" Onegin loopt ook in die scène. Aanvankelijk leek het alsof het een klassieke flashback-productie zou worden. Maar ook de "oudere" Tatjana komt even terugblikken in het eerste bedrijf, soms tegelijkertijd met de "jonge" Tatjana door middel van een dubbel. Een en ander betekent ook dat de oude en jonge versie van Onegin en Tatjana zich constant moeten omkleden.

Ook in de cruciale briefscène van Tatjana komen de twee werelden samen. Zo is het Onegin die de brief schrijft, schijnbaar gedicteerd door Tatjana... maar het kan natuurlijk ook zijn eigen brief zijn die hij in het derde bedrijf schrijft. Tijdens die scène ligt Prins Gremin in een tweede bed in te dommelen. Op het einde van de scène is het Onegin die wakker wordt in dat bed. Heel de enscenering fascineert constant en het is er één die je eigenlijk twee of drie keer zou moeten zien... wat trouwens nog kan op de Nederlandse website Uitzending gemist.

Ook het decor van Philipp Fürhofer weerspiegelt de "parallelle werelden", zoals Herheim ze noemt, met zwart en wit marmer. Het decor is een gedeeltelijke doorsnede van een vier-dimensionele kubus met in het midden een glazen serre-achtige kubus waarvan de muren kunnen openschuiven, maar die ook nog eens op een draaitafel staat. Het is het soort indrukwekkend decor dat enkel op het podium van Amsterdam of Parijs kan staan.

Herheim wil Onegin centraal plaatsen - daar waar het vaak Tatjana is die de dominerende rol opeist - maar dan had hij misschien wel een betere Onegin moeten zoeken dan Bo Skovhus. Er zit ondertussen zo veel sleet op zijn stem dat hij ongetwijfeld nog kan overtuigen in karakterrollen, maar voor Onegin is hij totaal ongeschikt geworden.

De afgelopen jaren heb ik Krassimira Stoyanova twee keer gehoord als Luisa Miller en was daar niet echt van onder de indruk. Maar als Tatjana is ze fantastisch met een donker timbre, een ruime stem en mooie Slavische klank. Ook veel Slavische klanken zijn hoorbaar bij de Lenski van Andrej Dunaev met een eerder stevige "Kuda, kuda" in plaats van een poëtische. Mikhail Petrenko speelt een opvallend jonge Prins Gremin en zingt een romantische liefdesverklaring. Elena Maximova was een correcte Olga en Guy de Mey mocht zijn Franse elegantie nog eens tonen als Monsieur Triquet.

Publicatie: maandag 27 juni 2011 @ 19:22
Rubriek: Opera