Il Grand' Inquisitor

Thomas Hampson in het PSK

Met drie weken vertraging, zijn Thomas Hampson en Wolfram Rieger uiteindelijk toch in het PSK geraakt, nadat ze begin deze maand hun liedrecital moesten annuleren wegens een keelontsteking van Hampson.

Ze begonnen het recital met de Heine-liederen uit Schuberts Schwanengesang. Dit groepje liederen is zowat het kleine broertje van Winterreise en dat is ook de manier waarop Hampson het vertolkte, vol beheerste intensiteit en uiterste concentratie met nauwelijks fysieke beweging. Der Atlas klonk nog wat klein, maar vanaf Ihr Bild vulde zijn stem met gemak de grote zaal van het PSK ook met het zachtst gefluisterde piano.

De drie slotliederen waren het overweldigendste van de hele avond... niet in het minst door Rieger. Ik blijf het herhalen, Wolfram Rieger is hét genie onder de huidige liedpianisten. De manier waarop hij sfeer schept en klanken uit zijn piano tovert, is onevenaarbaar. In Die Stadt speelt hij de loopjes zo ragfijn dat je de nevels die het "Nebelbild" van de stad omhullen uit de piano hoort opstijgen. In Am Meer begint hij "Der Nebel stieg, das Wasser schwoll" onwaarschijnlijk stil en laat het gestaag aangroeien tot een bulderend forte. In Der Doppelgänger laat ook Hampson zich niet onbetuigd en haalt allerlei vocale kleuren boven - ook wit voor "du bleicher Geselle" - om zijn eenzaamheid uit te drukken.

Toen Hampson en Rieger vorige keer in het PSK waren, brachten ze identiek dezelfde Liszt-liederen als nu... met hetzelfde effect, namelijk dat ik nog altijd niet begrijp waarom iemand deze liederen wil zingen. Im Rhein, im heiligen Strome krijgt vooral een romantische interpretatie van Liszt waardoor de typische Heine-angel op het einde ontbreekt, in tegenstelling tot bij Schumann. Anfangs wollt' ich fast verzagen kennen we ook van Schumann en zijn Heine-Liederkreis; het lijkt wel alsof Liszt exact het tegenovergestelde wil doen van Schumann. Vergiftet sind meine Lieder is een andere gelegenheid voor Rieger om te schitteren en het vergif uit zijn piano te laten stromen. Maar het is vooral Es rauschen die Winde - het Rellstab-gedicht dat ook Schubert geïnspireerd heeft tot het componeren van het schitterende Herbst - dat illustreert wat voor een onhandige liedercomponist Liszt soms kan zijn.

De laatste keer dat Hampson en Rieger op de Schubertiade Schwarzenberg opgetreden hebben (voor Hampson daar 'persona non grata' geworden is), was dat met een volledig Mahler-programma. Het staat in mijn geheugen gegrift als een van de beste liedrecitals die ik ooit gehoord heb. Ik keek dan ook vol verwachting uit naar het tweede deel van hun recital in het PSK met hoofdzakelijk liederen uit Des Knaben Wunderhorn... en ze stelden niet teleur.

Ze hadden vooral "serieuze" Wunderhorn-liederen geselecteerd. Enkel Aus ! Aus ! zorgde voor een lichtere noot. Het is een van de dialoogliederen, waarbij Hampson zowel de exuberante kerel zingt die vol verwachting is om te gaan marcheren en met een lijzige stem het meisje vertolkt dat als ultiem argument "in's Kloster will geh'n". Het is echter in Der Schildwache Nachtlied dat Hampsons beperkingen duidelijk worden. De lage noten komen er niet echt meer uit en in de hoogte klinkt het niet altijd even mooi... wat misschien de reden is waarom hij de lage "Krieg"-optie zong.

Met Das irdische Leben, Das himmlische Leben en Urlicht hielden ze de diepzinnigste Mahler voor het einde. Vooral Urlicht was indrukwekkend. We kregen weer diezelfde intensiteit van de Schwanengesang aan het begin van de avond. Daarna volgde nog een half-staande ovatie waarna ze eerst nog Ich atmet' einen linden Duft brachten. Tenslotte stuurden ze iedereen naar huis met "iets dat je kunt neuriën" (zoals Hampson het aankondigde)... Rheinlegendchen.

Publicatie: zaterdag 25 juni 2011 @ 23:39
Rubriek: Liedrecital