Il Grand' Inquisitor

Matsukaze in de Munt

Toshio Hosokawa heeft, na Hanjo, een tweede opera gecomponeerd voor de Munt, Matsukaze. Het is een opera die, wat mij betreft, ook verticaal geklasseerd mag worden.

illustratie

Het is gelukkig een niet al te lang werk van amper anderhalf uur. Maar na tien minuten zat ik toch al op mijn horloge te kijken. Op dat moment waren we ongeveer halverwege de ouverture die zich afspeelt tegen de rustgevende geluiden van zeegolven die op het brand breken. Later horen we nog druppelend water die in surround sound door de luidsprekers van de Munt gestuurd worden. Het Kamerorkest van de Munt, onder leiding van Pablo Heras-Casado, speelt dan wat willekeurige onsamenhangende noten, een snerpende fluit hier, wat pizzicatoënde contrabassen daar, wat diep koper ginder en veel percussie.

Het libretto is in het Duits en gaat over twee zussen, Matsukaze en Murasame, die verliefd zijn op dezelfde man Yukihira en die, na diens dood, ook sterven. Het lijkt een interessant gegeven, maar de muziek die Hosokawa erbij componeert, ontdoet het verhaal van alle potentiële emotie. De solisten wisselen zang, gesproken tekst en Sprechgesang af. Barbara Hannigan zong Matsukaze met zuivere hoge noten. Charlotte Hellekant liet vooral veel vibrato horen als Murasame. In de baspartij van de monnik werd overdadig beroep gedaan op de lage noten van Frode Olsen.

Als regisseur heeft de Munt Sasha Waltz geëngageerd. Dat betekent dat we geen regie te zien krijgen, maar vooral een choreografie waar de zangers - vooral Hannigan en Hellekant - ook aan deelnemen. Er zijn een paar mooie beelden, zoals een stortbui van afwaaiende takken, of een kanten muur van zeewier of spinnenwebben waarin de twee zussen verstrikt zijn. Maar het geheel kon me weinig tot niet boeien...

Publicatie: woensdag 4 mei 2011 @ 22:51
Rubriek: Opera