Il Grand' Inquisitor

Mojca Erdmann in deSingel

Het recital van sopraan Mojca Erdmann en pianist Rudolf Jansen in deSingel lijkt op een visitekaartje. Op het programma stond muziek van de 18de tot en met de 21ste eeuw, overwegend Duits repertoire, maar met een streepje Frans en een snuifje Italiaans. In vergelijking met andere liedrecitals zat deSingel behoorlijk vol; de doorgedreven perscampagne naar aanleiding van het verschijnen van haar Mozart-CD zal daar wel iets mee te maken hebben gehad.

illustratieMet Debussy, Mozart, Schumann en Strauss op het programma kan in principe niet veel misgaan. Maar toch... Ze is erin geslaagd om consequent minder grote liederen te kiezen. De liederen die de jonge Debussy voor zijn maitresse Marie-Blanche Vasnier schreef, ontbreken aan charme. De Mignon-Lieder van Schumann kunnen niet tippen aan de versies van Schubert of Wolf, en ook de Ophelia-Lieder horen mijn inziens niet tot het beste wat Strauss gecomponeerd heeft. Maar dat is natuurlijk mijn mening, ik veronderstel dat Erdmann daar anders over denkt.

Er was daarentegen niets aan te merken op de Mozart-liederen. Mojca Erdmann heeft een "lauwe" sopraan, die ergens uitkomt tussen de koelte van Christine Schäfer en de warmte van Juliane Banse. Ze geeft de liederen de ruimte om te ademen, zodat Als Luise die Briefe... of Der Zauberer niet hectisch afgehaspeld worden. Haar tekstinterpretatie is voorbeeldig, een interpretatie die trouwens constant weerspiegeld wordt in haar gelaatsuitdrukking. Haar Abendempfindung was een van de mooiste momenten van de avond.

Ze was de avond echter begonnen met die Vasnier-liederen van Debussy. Afgezien van de dubieuze kwaliteit van die liederen met nodeloze sprongen in de hoogte, gaf ze een weinig overtuigende vertolking. Haar Franse uitspraak is correct, maar totaal onverstaanbaar. Aanvankelijk zong ze met een kleine stem, die echter snel openbloeide.

De Ophelia-Lieder waren beter dan verwacht. Opvallend was hoe ze ook tussen de liederen de spanning vasthoudt, zelfs als Rudolf Jansen wat langer dan nodig aan zijn partituur zat te frunniken. Heel mooi was de beheerste waanzin waarmee ze het laatste lied Sie trugen ihn auf der Bahre bloß zong. Bij de Schumann-liederen viel vooral haar intense vertolking van Heiß' mich nicht reden op.

Ze eindigde het recital met Ollea, een cyclus van vier Heine-liederen zonder pianobegeleiding, die Aribert Reimann voor haar gecomponeerd heeft. Het zijn typische Reimann-liederen. Ik heb vaak het gevoel dat Reimann liederen componeert door een random-generator los te laten binnen het bereik van de zanger. Dat resulteert dan in waanzinnige intervalsprongen, soms tot in de stratosfeer, die niet echt natuurlijk bij de tekst passen. Dat was vooral het geval bij de eerste twee liederen, Sehnsüchtelei en Helena. Winter - een typisch Heine-gedicht met venijn in de staart - en Kluge Sterne klonken wel meer als "echte" liederen. Hoedanook is het bewonderenswaardig en indrukwekkend hoe ze een dergelijke partituur zingt.

Voor het enige bisnummer keerden ze terug naar Strauss en zijn "Ständchen". Alles bij elkaar heeft Mojca Erdmann me kunnen overtuigen dat ze een beloftevolle liedzangeres is. Alleen spijtig dat ze bijvoorbeeld geen Schubert gezongen heeft, in plaats van die Debussy...

Publicatie: zondag 3 april 2011 @ 10:26
Rubriek: Liedrecital