Il Grand' Inquisitor

La finta giardiniera in de Munt

Mozarts jeugdopera La finta giardiniera is een van de legendarische Muntproducties uit de jaren '80 van Karl-Ernst en Ursel Herrmann. Het is een productie die ik enkel kende van foto's en een paar video-opnames, maar 25 jaar na de première is het nog altijd een productie die fris en poëtisch overkomt.

illustratie

Het moet wel gezegd zijn dat er in de loop van die kwarteeuw een en ander veranderd is aan de productie. Als je in het archief van de Munt duikt, dan vind je daar foto's van de productie in 1986. De kostuums zijn wat gemoderniseerd en het decor ziet er iets anders uit, alhoewel de grote lijnen gebleven zijn... een overwegend wit decor met een berkenbosje omgeven door water. Het speelvlak strekt zich uit tot in de zaal rondom het orkest.

Mireille Mossé is de enige die overgebleven is van de toenmalige productie. Toen werd ze volgens de archieven omschreven als "Amor", tegenwoordig moet ze het doen met drie puntjes "...". Ze is een dwergduiveltje dat af en toe Duitse teksten debiteert en in satanisch gelach uitbarst, of de andere protagonisten manipuleert.

De Munt heeft een goede bezetting verzameld, maar toch slaagde die bezetting er niet altijd in om me mee te slepen in hun vertolking. Sandrine Piau zingt Sandrina, de tuinierster van de titel. Ze doet dat met stijl en inleving, maar ik blijk om een of andere reden immuun te zijn voor haar kunst waardoor ze me nooit ontroerde. Jeremy Ovenden zong een degelijke Belfiore met een gecultiveerde Mozart-tenor.

Ik was meer gecharmeerd door het seria-koppel. Henriette Bonde-Hansen hebben we vroeger nog gehoord. Nu zingt ze Arminda met een rijpe sopraanstem die me wel kan bekoren. Stella Doufexis zong de castraatpartij van Ramiro. Soms komt ze wat adem te kort, maar ze laat ook mooie fagotachtige houttoetsen horen en smaakvolle trillers.

Het commedia dell'arte-trio zorgde voor de komische noten. Katerina Kneziková is een charmante Serpetta. Adam Plachetka beschikt over een volle en grote bas voor Nardo. De podestà werd met veel karakter gezongen door tenor Jeffrey Francis.

Wetende wat Mozart nog allemaal na La finta giardiniera zou componeren, is het evident om embryo's voor latere opera's in Finta te gaan zoeken. De finale van het tweede bedrijf, een donkere tuin met verwisselde personen, doet onvermijdelijk denken aan de finale van Nozze. Maar muzikaal kom ik uit bij een andere opera. Mozartologen kunnen er ongetwijfeld een serieuze boom over opzetten om een en ander te verklaren, maar ik betrapte me erop dat ik na de voorstelling muziek uit Cosi aan het neuriën was...

Publicatie: donderdag 24 maart 2011 @ 22:25
Rubriek: Opera