Il Grand' Inquisitor

Götterdämmerung in Essen

Met deze Götterdämmerung wordt de Ring in Essen afgerond. Zoals wel bekend, is dit een Ring met vier verschillende regisseurs. De laatste in de rij is Barrie Kosky, die een middelmatige tot slechte productie aflevert... weliswaar niet zo afgrijselijk als Das Rheingold, maar ver beneden de schitterende Die Walküre of de interessante Siegfried.

illustratie
foto © Matthias Jung

Sommigen zullen zich misschien herinneren dat Barrie Kosky ondertussen aan een volledige Ring-cyclus begonnen is in Hannover, en waarvan ik enkel Das Rheingold gezien heb. Zijn Essener Götterdämmerung ligt volledig in dezelfde lijn en verschillende elementen uit de Hannover-productie komen terug. Vooral in het laatste bedrijf passeren ze allemaal de revue... de cabaret-Rijndochters met pluimen, Wotan, die door Alberich "genomen" wordt, de goudkleurig beschilderde naakte vrouw als Rijngoud, bebloede helden met Pruisische helmen die oraal bevredigd worden door de beer uit Siegfried, een dikke roze Woudvogel, of een mannetje in Superman-pak met een Duits-gothische S op zijn borst als een oude Siegfried.

De kleine ruimtes - net zoals zijn Walhalla-rots in Hannover - vinden we terug in de smoezelige motelkamer waar Brünnhilde en Siegfried zich ophouden; als de deur opengaat zien we wel een gestileerde vuurzee flakkeren. Tijdens de Nornenscène wordt hun vertelling ondersteund met zwart-wit-video, waarvan sommige scènes letterlijk overgenomen zijn van Hannover. Het geeft wel aan dat Kosky's volledige Ring-cyclus vermoedelijk wel een zekere homogeniteit zal hebben.

De meest opvallende figuur is een oude naakte vrouw die constant opduikt. Ik weet niet of het voor de argeloze toeschouwer meteen duidelijk is, maar in Hannover hebben we haar al leren kennen als Erda. De voorstelling begint trouwens met "Erda" die een kartonnen doos het podium opduwt, uit die doos drie stoelen haalt, waarop de drie Nornen gaan zitten... allemaal nog voor de muziek begint. Brünnhilde zingt haar zelfverbrandingsscène bijvoorbeeld ook tegenover Erda.

Die kartonnen dozen komen ook regelmatig terug. Siegfried alias Gunther steekt Brünnhilde in zo'n doos om haar in de Gibichunghal af te leveren. Alberich komt vanonder een kartonnen doos uitgekropen om in Hagens droom te verschijnen. In deze productie is Alberich trouwens een karikaturale orthodoxe jood. Dat Wagner-experten beweren dat Wagner Alberich als een jood beschouwde, is niet echt nieuw, wel dat ik het zó expliciet uitgebeeld zag.

Wat ook nieuw is voor mij, is dat in deze voorstelling Heiko Trinsinger - Gunther - de Siegfried-partij zingt in de scène met Brünnhilde waar Siegfried, vermomd als Gunther, haar komt ontvoeren. Trinsinger heeft geen enkel probleem met die noten en met één klap zijn alle visuele en aurale problemen opgelost.

Jeffrey Dowd zong Siegfried. Hij beschikt over het uithoudingsvermogen en heeft alle noten (die ene beruchte hoge do niet te na gesproken), maar toch klinkt hij weinig heldhaftig. Hij is nog te veel het kleine zoontje van Siegmund, wat hij in deze productie ook zo speelt... als een slungelachtige tiener. Caroline Whisnant is dan weer wel een indrukwekkende Brünnhilde, al beschikt ze nog niet over de vrijheid van een Stemme of een Herlitzius en is haar Duitse uitspraak niet altijd even juist.

Rúni Brattaberg was een wisselvallige Hagen. Hij heeft een bulderende basstem, die op intonatievlak echter totaal de mist ingaat als hij effectief buldert. Op normale volumes klinkt hij wel heel mooi, zodat hij in zijn droomscène echt wel een andere zanger leek. Tenslotte moet ook nog Francisca Devos vermeld worden als geëngageerde Gutrune, die meer karakter heeft dan wat we gewoonlijk in deze rol horen.

Zoals in de drie vorige delen, was ook nu weer Stefan Soltesz de rots in de branding. Hij houdt het hele zaakje de hele tijd perfect in de hand en laat het orkest bijvoorbeeld een "Siegfrieds Tod" spelen waardoor je bijna van je stoel geblazen wordt. De opera van Essen gaat eind juni en eind juli de volledige cyclus twee keer opvoeren met de eerste twee opera's op woensdag en donderdag, en de laatste twee in het weekend. Die Walküre en Siegfried kan ik aanraden. Voor de andere twee neem je best een paar ooglapjes mee.

Publicatie: maandag 21 maart 2011 @ 20:31
Rubriek: Opera