Mehrstimmige Gesänge in Schwarzenberg
De Schubertiade Schwarzenberg is zowat de enige mogelijkheid om ook eens meerstemmige Schubertliederen te horen. Gisteren vormden de tenors Werner Güra en Carsten Süß, bariton Florian Boesch en bas Wilhelm Schwinghammer het vocaal kwartet voor zo'n recital. Wolfram Rieger zat aan de piano.
Ze begonnen met een lichte noot. Florian Boesch zong eerst de solorol in het Trinklied om de "Feierstunde" te openen. Daarna was hij samen met Werner Güra het advokatenkoppel-met-stemmetjes dat in Die Advokaten Carsten Süß, alias Herr Sempronius, geld probeert afhandig te maken.
De rest van het recital bestond uit iets serieuzere teksten. Opmerkelijk waren de twee liederen Die Nacht en Wehmut zonder pianobegeleiding. In de meeste van deze liederen lijkt de piano sowieso van ondergeschikt belang te zijn. Een eerste uitzondering was Die Nachtigall, waar Wolfram Rieger het "Zaubergesang" van Philomele uitbeeldde, of Frühlingsgesang als hij al zijn kunnen loslaat om de tekst "Der Winter bedroht ihn mit schaurigen Kälte, der Sommer verfolgt ihn mit flammendem Speer" in te kleuren. Maar zijn moment kwam vooral in Mayrhofers Gondelfahrer. In het begin laat hij de maan en sterren in zijn piano dansen. Even later ontpopt Rieger zich tot een pianistieke tovenaar als hij zijn piano als een heuse beiaard laat klinken als er sprake is van de "Markustürme".
Het was trouwens grappig om zien dat tenors toch altijd tenors blijven, ook al zingen ze liederen. Elk lied heeft zijn leidende tenorstem en dus wisselden Güra en Süß ook bij elk lied. Aangezien de pikorde begint bij de zanger die het meest links staat, ttz. het dichtst bij de pianist, verwisselden ze ook elk lied fysisch van plaats... inclusief hun "eigen" muziekstandaard.
Een leuke namiddag werd afgerond met een bisnummer in de stijl zoals het recital begonnen was. De "voorzitter", deze keer Wilhelm Schwinghammer, nam het voortouw in Zur guten Nacht om de Schubertiade-namiddag af te sluiten. Het enige wat nog ontbrak, was "ein großes Bier"...
IGI - donderdag 28 augustus 2008
@ 9:36
Rubriek: Liedrecital
Felicity Lott in Schwarzenberg
De altijd even gracieuze Dame Felicity Lott bracht gisteren een bezoek aan de Schubertiade. Er stond wel geen Schubert op het programma dat ze samen met Graham Johnson voorstelde, maar het kon niet traditioneler zijn met liederen van Schumann, Brahms, Wolf en Strauss.
Bij de Schumannliederen hoorden we verschillende rozen-liederen zoals Meine Rose, een van mijn favoriete Schumann-liederen. Daarnaast zong ze het even mooie Liebeslied en de Schumann-versie van Philines Singet nicht in Trauertönen. In dit eerste groepje liederen had haar stem nog weinig kleur en klonk ze in de hoogte breekbaar, maar dat veranderde snel. Bij de Brahms-liederen werd een eerste traan weggepinkt tijdens Da unten im Tale en bij Mädchenlied. In haar onnavolgbare stijl met elegante knipoogjes beëindigde ze het eerste deel met Vergebliches Ständchen.
Ze hadden Goethe-liederen van Hugo Wolf uitgekozen om het tweede deel te beginnen. Na Frühling übers Jahr en een poëtisch mooie Anakreons Grab kwamen een aantal liederen uit Wilhelm Müller, te beginnen met Wolfs idee over hoe Philine moet klinken. Ook hier eindigde ze weer met een knipoog bij het slot "... jeder Tag hat seine Plage, und die Nacht hat ihre Lust." Telkens ik Wolfs Mignon-liederen - So laßt mich scheinen en Kennst du das Land - hoor, moet ik denken dat er toch niets mooier is dan deze versies... tot ik de Schubertversie hoor en daarna moet ik weer aan Wolf denken. De piano-epiloog van So laßt mich scheinen werd met veel gevoel en verfijning door Graham Johnson gespeeld. En dan moest ineens iemand dringend, maar traag, een snoepje openen dat in zo'n krakend papiertje ingepakt is. Aaargh.
De Strauss-liederen bestonden ook hoofdzakelijk uit het bekendere werk en toonde Felicity Lott in topvorm. Het Wiegenlied was echt om stil bij te worden. En met Ruhe, meine Seele kroop ze weer even in de huid van de Marschallin. Het was zo mooi dat het publiek nog stiller werd. Op het einde van het lied moest Felicity Lott zelf ook even slikken vooraleer verder te gaan met Waldseligkeit en grandioos af te ronden met Zueignung.
In tegenstelling tot Matthias Goerne eergisteren, doet Felicity Lott helemaal niet moeilijk over bisnummers. Alle componisten, behalve Brahms, passeerden weer met eerst Die Soldatenbraut en Du denkst mit einem Fädchen mich zu fangen.
Als uitsmijter zong ze een buitengewone Morgen. Graham Johnson zette perfect de sfeer met de lange inleiding, waarna Felicity Lott als van een andere planeet kwam neerdalen met "Und Morgen wird die Sonne wieder scheinen". Maar echt onaards was haar slot. Ik moest terugdenken aan de master class die Malcolm Martineau vorige week in Salzburg gaf toen een zangeres ook Morgen zong. Martineau zei toen dat de laatste zin bijna onzingbaar was en dat je als zanger ergens een plaats moet uitkiezen om te ademen... maar wat je ook kiest, het is nooit perfect. Tenzij je natuurlijk Felicity Lott bent. Dan zing je die laatste zin gewoon in één adem. Letterlijk adembenemend mooi.
IGI - woensdag 27 augustus 2008
@ 10:13
Rubriek: Liedrecital
Matthias Goerne in Schwarzenberg
Matthias Goerne is bezig aan een project van verschillende Schubertrecitals die uitgespreid zijn over verschillende Schubertiadeseizoenen. Dit verloopt waarschijnlijk parallel met de reeks van 11 Schubert-CD's die hij bij harmonia mundi opneemt met verschillende pianisten en waarvan de eerste, "Sehnsucht", een paar maanden geleden uitgekomen is. Een van die Schubertrecitals was gisteren te horen in Schwarzenberg met Helmut Deutsch aan de piano.
Helmut Deutsch heeft ooit in een interview gezegd dat hij altijd met de klep van de piano volledig open speelt. Maar dat geldt dus blijkbaar niet als de zanger Matthias Goerne is... want hij moet toch ergens zijn spiekbriefjes met de liedteksten kunnen leggen. Het gevolg is dat hij de helft van de tijd in het gezicht van zijn pianist staat te zingen en dat er nul tot generlei contact is met het publiek. Misschien moeten ze eens overwegen om de piano 45° te draaien. De drie strofen van Litanei auf das Fest Aller Seelen zong hij zo volledig richting coulissen.
Die Litanei was het centrale lied in de eerste helft van de avond met allemaal liederen rond de dood. Soms waren het metaforische liederen, zoals An die untergehende Sonne of Die Rose, die verwelkt in de hitte van de zon. Auf dem Wasser zu singen is dan eerder reflecterend op het verloop van de tijd en het eindige van het leven. En in een aantal liederen komt de dood expliciet voor, zoals het beroemde Der Tod und das Mädchen of de macabre ballade van Der Zwerg. Mattias Goerne zong al deze liederen met zijn typische cello-klank, die op den duur enigszins monotoon begon te klinken. Enkel in Der Zwerg kwamen er meer gevarieerde kleuren boven.
Na de pauze schakelde hij over op een iets luchtiger programma met lente- en bloemenliederen, zoals Im Frühling of een schitterende Viola die ook in het eerste deel van het recital zou kunnen gepast hebben. De laatste strofe zong hij onwaarschijnlijk mooi gedragen als een requiem:
Schneeglöcklein, o Scheeglöcklein
In den Augen läutest du,
Läutest in dem stillen Hain,
Läut' Viola sanfte Ruh.
Ze eindigden met het overbekende en pure liefdeslied Bei dir allein en het extatische Ganymed. Na veel aandringen, zong hij nog An eine Quelle als de enige toegift.
Ik kan niet zeggen dat ik het zo'n fantastisch recital vond. Daarvoor begint zijn houding op scène - en dan heb ik het nog eens niet gehad over zijn ballerinaposes - me serieus te irriteren. Volgend jaar gaat hij hier de drie Schubertcycli zingen; ik weet nog niet of ik dat eigenlijk wel wil meemaken.
IGI - dinsdag 26 augustus 2008
@ 11:31
Rubriek: Liedrecital
Werner Güra in Schwarzenberg
Mijn eerste dag op de Schubertiade Schwarzenberg is meteen begonnen met de culminatie van Schuberts Liedkunnen, Winterreise. De uitvoerders waren tenor Werner Güra en de pianist Christoph Berner.

Meestal kan je uit het eerste lied, Gute Nacht, al opmaken hoe de rest van de liedcyclus zal verlopen; het is daar dat de grote lijnen van Winterreise uitgezet worden. Werner Güra leek heel braaf te beginnen, maar al heel snel voel je een zekere gelatenheid in zijn vertolking... die hij doortrok tot het einde. Het geheel gaf de indruk een zeer trage uitvoering te worden, maar in werkelijkheid duurde het volledige recital ongeveer 65 minuten, wat het toch eerder een snelle Winterreise maakte.
Het gekke is dat dit overheersend gelaten gevoel het gevolg was van allerlei fouten. Hij zong regelmatig dode noten, hij liet zijn stem soms afglijden tot uitbollende lettergrepen die soms op het randje van Sprechgesang waren, hij verbrak regelmatig zijn legato, ... Het zijn allemaal zaken die ik in een normaal liedrecital niet zou aanvaarden. Maar dit is geen normaal recital, dit is Winterreise. En als een zanger een consequent verhaal vertelt waarin ik hem kan volgen, dan wil ik hem daarin ook volgen. In dit geval droegen deze "fouten" allemaal bij tot dat gevoel van moedeloosheid dat de Wanderer voortdrijft. Naast die gelatenheid is er slechts één moment waarop je ook zijn verdriet voelt. Dat komt bijna op het einde in Die Nebensonnen als hij zingt: "Ja, neulich hatt' ich auch wohl drei; nun sind hinab die besten zwei."
Een ander voorbeeld van hoe hij eenheid brengt in de cyclus, is zijn vertolking van Irrlicht en Täuschung. Het zijn twee verwante liederen, waar een psycholoog ongetwijfeld een serieuze boom kan over opzetten betreffende de diepere zieleroerselen van de Wanderer. Werner Güra begint beide liederen met een onverwacht gevoel van vreugde. Het is dezelfde soort grimme vreugde die ook voorkomt in Der greise Kopf, waar hij al uitkijkt naar het moment dat hij dood zal zijn.
Het was misschien geen hartverscheurende Winterreise, maar wel een die me van begin tot eind geboeid heeft. En ik was blijkbaar niet alleen... het was een van die zeldzame recitals waarop absoluut niet gehoest werd, wat een aanduiding is van hoe een zanger zijn publiek in de ban kan houden.
IGI - maandag 25 augustus 2008
@ 10:06
Rubriek: Liedrecital
Der Zigeunerbaron in Bad Ischl
Op het Lehar-Festival doen ze niet alleen operettes van Lehar. De Weense operettekoning Johann Strauss stond ook op het programma met diens Der Zigeunerbaron in een klassieke regie.
De "zigeunerbaron", Sandor Barinkay, werd gezongen door Mehrzad Montazeri. Hij zingt alle noten, maar niet altijd zonder moeite. Ik heb wel geen woord verstaan van wat hij zong. Miriam Portmann zong de zigeunerin Saffi. In het eerste bedrijf klonk ze meer als een mezzo dan een sopraan... maar na de pauze werd aangekondigd dat ze ziek was. Dat verklaart waarschijnlijk de moeilijke hoge noten. Maar los van dat feit produceert ze wel een mooi geluid. Elisabeth Schwarz was ook aangekondigd als ziek, maar daar was weinig van te merken en ze zong een sprankelende Arsena. Rupert Bergmann was de perfecte operette-clown voor de rol van Kálmán Zsupán.
In de namiddag gaf het Franz Lehár-Orchester eerst nog een Mozartconcert in de parochiekerk van Bad Ischl met opera-aria's die vertolkt werden door een tiental jonge zangers uit het koor. Op het programma stonden een paar scènes die je niet zou verwachten op een dergelijk concert, zoals het bas-bariton-trio uit Don Giovanni als de Commendatore de Don naar de hel gaat sleuren. Daarin viel vooral Milcho Borovinov op als de Commendatore... wat later zou hij nog een indrukwekkende Hallen-aria van Sarastro zingen. De bariton Florian Widmann heeft een mooie zoetgevooisde bariton waarmee hij de twee duetten van Papageno zong, Bei Männern welche Liebe fühlen en Pa, pa, pa. Bij de vrouwen kon de donkere stem van Adriana Kiss me charmeren in Cherubino's "Voi che sapete", evenals de sopraan Stanislava Dubanova met Pamina's grote aria.
IGI - zondag 24 augustus 2008
@ 8:13
Rubriek: Opera